MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 19-04-2019 (niveau 2)



eerdere test 19 APR geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 19-04-2019 zo ingevuld:



Im Sommer ernten wir ........ Tomaten aus eigenem Anbau.


1 % (afgerond)frischem
32 % (afgerond)frischen
67 % (afgerond)frische 

Tomaten (meervoud) is lijdend voorwerp: 4e naamval.

Er staat geen woordje uit de der- of (m)ein- groep voor 'frisch-'.

De uitgang wordt dan overgenomen van het lidwoord:

(1e en) 4e naamval meervoud: frische Tomaten.

 

Als er wél een lidwoord voor staat krijgen bijvoeglijke naamwoorden in het meervoud in alle naamvallen de uitgang -n: die/der/den/die frischen Tomaten.



Zie ook de pagina zonder woord ervˇˇr.



Wir essen nicht ........ Tag Fleisch.


74 % (afgerond)jeden 
17 % (afgerond)jedem
8 % (afgerond)jeder

Elke dag is een tijdsbepaling: Wanneer? - Hoe lang duurt het?

Zonder voorzetsels staan tijdsbepalingen in de 4e naamval: jeden Tag, jeden Monat, jeden Mittwoch.

Jed- wordt vervoegd als der, die, das: der Tag - jeder Tag.

 

Tijdsbepalingen met voorzetsels staan in de 3e naamval: in einer Stunde, vor einem Tag, seit diesem Monat, am Mittwoch.



Zie ook de pagina overzicht.



Es ist absolut notwendig.

Ob du (wilt) ........ oder nicht, du (moet) ........ es tun.


23 % (afgerond)m÷gst, sollst
3 % (afgerond)will, muss
74 % (afgerond)willst, musst 

Du willst nicht, aber du musst (je komt er niet onderuit).

Ich will/muss - du willst/musst.

 

du sollst: opdracht van een ander

mögen (lusten, houden van): du magst.

mögst (mögest): oude conjunctiefvorm.



Zie ook de pagina onregelmatig.



Was ist das denn für ein merkwürdiger Gegenstand?

 

der Gegenstand = ........


10 % (afgerond)tegenstand
76 % (afgerond)voorwerp 
6 % (afgerond)buurt/regio
7 % (afgerond)apparaat

Wat is dat nou voor een merkwaardig voorwerp?

Spreektaal: Was ist das denn für ein komisches Ding/Teil?

 

tegenstand: der Widerstand (tegenstander: der Gegner)

buurt/regio: die Gegend

apparaat: das Gerät, der Apparat (dus niet onzijdig)

 

was für ein: für is hier geen voorzetsel, maar is kort voor 'wat voor een soort ding', er volgt dus geen vervoeging



Zie ook de pagina weetwoorden II.



TOTAALRESULTAAT:
73% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)