MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 25-06-2019 (niveau 3)



eerdere test 25 JUN geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 25-06-2019 zo ingevuld:



Das Finale war ........ Höhepunkt des Turniers.


14 % (afgerond)den
17 % (afgerond)das
12 % (afgerond)die
57 % (afgerond)der 

der Punkt - der Höhepunkt

In het Duits bestaat alleen de mannelijke vorm voor zowel leesteken als ook kwestie / onderdeel.

Werkwoord 'punkten': scoren.

 

Das Finale = der Höhepunkt.

Beide woorden staan in de 1e naamval.



Zie ook de pagina Links.



Während (mijn vakantie) ........ möchte ich nicht gestört werden.


58 % (afgerond)meines Urlaubs 
24 % (afgerond)meiner Urlaub
18 % (afgerond)meinen Urlaub

Während: voorzetsel met de 2e naamval (maar tegenwoordig ook 3e naamval).

Der Urlaub: stam van het werkwoord 'er-laub-en', mannelijk. Denk aan 'verlof' van het werkwoord 'veroorloven'.

2e naamval: während des/meines Urlaubs.

3e naamval (voornamelijk spreektaal): während meinem Urlaub.

 

Meinen: 4e naamval.

Meiner: 2e en 3e naamval vrouwelijk of 2e naamval meervoud.



Zie ook de pagina met 2e naamval.



Im Finale der Damen Fußball-EM (Europameisterschaft) 2017 gegen Dänemark stand es nach (de eerste helft) ........ (2:2) ........ .


12 % (afgerond)die ersten Halbzeit - zwei zu zwei
4 % (afgerond)der ersten Halbe - zwei gegen zwei
81 % (afgerond)der ersten Halbzeit - zwei zu zwei 
3 % (afgerond)dem ersten Hälfte - zwei für zwei

Die (Halb)zeit: vrouwelijk, zoals een reeks woorden met de uitgang -t

nach: 3e naamval

wanneer? : met voorzetsels staan tijdsbepalingen altijd in de 3e naamval.

 

Die Hälfte: deel van het speelveld bij sporten op twee gelijke speelveld helften. Die linke / rechte Spielhälfte.

1:1: eins zu eins.



Zie ook de pagina Links.



"Entschuldigung, wissen Sie, wo hier ein Postamt ist?"

"Tut mir leid, aber ich (ben hier niet bekend) ........ .


10 % (afgerond)bin hier nicht bekannt
1 % (afgerond)bin hier nicht bekennt
77 % (afgerond)kenne mich hier nicht aus 
12 % (afgerond)kenne mir hier nicht aus

sich auskennen: de buurt, de weg kennen

ook: bekend zijn met een onderwerp / verstand hebben van

Ich kenne mich mit Autos aus.

 

(sich aus)kennen - kannte (sich aus) - (hat sich aus)gekannt

hier wederkerig: ich kenne mich aus / er kennt sich aus

 

Ich bin hier nicht bekannt: men kent mij hier niet.

Er ist bekannt wie ein bunter Hund: iedereen kent hem (hier).



Zie ook de pagina standaardzinnen D-N.



TOTAALRESULTAAT:
68% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)