MOB-versie | Naar grote versie






Antwoorden van 22-03-2019 (niveau 1)



eerdere test 22 MRT latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 22-03-2019 zo ingevuld:



Ich habe ........  in der Disco kennengelernt.


61 % (afgerond)ihn 
37 % (afgerond)ihm
3 % (afgerond)er

Ich: onderwerp.

Ihn: lijdend voorwerp, 4e naamval.

Ich habe ihn kennengelernt. Sie hat ihn gesehen.

De meeste werkwoorden gaan met de 4e naamval.

Korte zinnen hebben meestal een lijdend voorwerp, dus een 4e naamval.

 

Er: 1e naamval.

Ihm: 3e naamval. Ich habe ihm (aan hem: meewerkend voorwerp) einen Stift (lijdend voorwerp) geschenkt.



Zie ook de pagina Naamvallen.



(Bord in een winkel.)

 

'Wir haben alles, was Sie (nodig hebben) ........ . Und was wir nicht haben, das ........ Sie nicht.'


4 % (afgerond)n÷tigen
93 % (afgerond)brauchen 
3 % (afgerond)gebrauchen

Brauchen: nodig hebben.

Ook: hoeven/moeten, bijv. Du brauchst dich nicht so anzustrengen (inspannen).

 

Gebrauchen: gebruiken (bijv. gereedschap. Ook: verwenden).

Nötigen: iemand onder druk zetten.

Benötigen: betekent eveneens 'nodig hebben' maar is eerder formeel taalgebruik.



Zie ook de pagina lastige werkwoorden.



........ du mir mal bitte den Kugelschreiber?


9 % (afgerond)Gebst
3 % (afgerond)Gib
2 % (afgerond)Gebe
86 % (afgerond)Gibst 

Geben - gab - gegeben: sterk werkwoord met -e- verandert in -i-.

Du gibst

Er, sie, es gibt.

Gib: gebiedende wijs, dus zonder vraagteken. Gib mir mal bitte den Kugelschreiber (balpen).



Zie ook de pagina sterk.



(Gezegde)

Was du heute kannst besorgen, das verschiebe nicht auf morgen.

 

Wat je vandaag kunt ........ moet je niet   ........  


2 % (afgerond)brengen, morgen weer ophalen.
8 % (afgerond)verzorgen, naar morgen verplaatsen.
90 % (afgerond)afhandelen, tot morgen laten liggen. 

M.a.w.: Stel niet uit tot morgen, wat je vandaag kunt doen.

Van uitstel komt afstel.

Besorgen: regelen, in orde maken (lijkt sterk op de betekenis van 'erledigen': afhandelen).

Besorgen heeft dus een andere betekenis dan het Nederlandse 'bezorgen'.

(Oostenrijks: der Hausbesorger = der Hausmeister.)

 

Verschieben: verschuiven, verplaatsen.

Verschiebe: gebiedende wijs.



Zie ook de pagina Falsche Freunde.



TOTAALRESULTAAT:
83% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)