14072 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Spellingsregels


ss of ß?

  • ss komt altijd na een korte klinker:
    das Schloss, der Fluss, essen, 
    dass (voegwoord) 
     
  • ß* alleen na een lange klinker: groß, der Fuß
    of na een tweeklank (au, ei, eu, ä, ü, ö,): schließen , beißen,
    ß 

*In Zwitserland wordt de ß niet gebruikt. NU Beter Duits houdt de standaard Duitse spelling aan.


Drie dezelfde letters

Bij samenstellingen worden meestal geen letters weggelaten, ook niet als er drie dezelfde letters naast elkaar staan.

Ballett + Tänzer    Balletttänzer
Binnenschiff + Fahrt   Binnenschifffahrt
     
MAAR ... denn + noch   dennoch

 

Meervoud bij dubbele klinkers

Het Duits kent in vergelijking met het Nederlands veel minder woorden met een dubbele (zelfde) klinker. In het meervoud blijven de klinkers bestaan:

  • das Boot - die Boote
  • der Staat - die Staaten

 

Woorden uit een andere taal

De schrijfwijze van woorden uit een andere taal worden zoveel mogelijk aan de Duitse regels aangepast.

Voorbeelden:

  • Foto
  • Telefon
  • Portmonee

Maar dat geldt niet voor alle woorden (die Physik). Bij twijfel het woordenboek raadplegen.

 

Los of aan elkaar

In het algemeen worden woorden los van elkaar geschreven.

  • zelfstandig naamwoord + werkwoord:
    Auto fahren, Schlittschuh laufen, Fußball spielen
  • werkwoord + werkwoord - afhankelijk van de betekenis:
    sitzen bleiben: (op een stoel) blijven zitten

    sitzenbleiben: niet overgaan (school)
    Deze regel is niet makkelijk, bij voorkeur naslagwerk raadplegen.

  • bijvoeglijk naamwoord of deelwoord + werkwoord
    nahe kommen, gefangen nehmen
  • aneinander etc. + werkwoord
    aneinander geraten, auseinander geraten 
  • samenstellingen met sein
    zusammen sein, vorüber sein
  • viel en wenig in verbinding met so, wie, zu:
    so viel, wie viel, zu wenig 

 

Hoofdletter of kleine letter

(In het Duits: Groß- und Kleinschreibung)

 

In het Duits beginnen ook andere woorden, behalve zelfstandige naamwoorden, met een hoofdletter.

  • Alle woorden waar je een lidwoord voor kunt zetten (terwijl er geen zelfstandig naamwoord volgt):
    die Zwei, die Beiden, eine Eins für Deutsch, die Einzelnen, jeder Zweite, die Vielen (massa mensen), um Viertel vor drei (kwart voor drie). Wenn zwei sich streiten, freut sich der Dritte.
  • voorzetsel + zelfstandig naamwoord: 
    in Bezug auf
  • zelfstandig naamwoord + werkwoord: 
    Recht haben, Leid tun
  • zelfstandig gebruikte bijvoeglijk naamwoorden en deelwoorden: 
    im Allgemeinen, jemanden auf dem Laufenden halten, im Dunkeln tappen, nichts Wichtiges
  • dagaanduidingen: 
    heute/am Morgen, gestern/am Abend, morgen Mittag
  • voorzetsel + taal: 
    auf Deutsch, in Englisch
  • woordparen van niet-verbogen bijvoeglijke naamwoorden die betrekking hebben op personen: 
    Arm und Reich, Jung und Alt, Altes und Neues
  • aufs + overtreffende trap:
    aufs Freundlichste (= heel erg vriendelijk)

Speciaal geval: das Paar (=twee) Schuhe, ein paar (enkele) Kinder.

Onbepaalde plaatsvervangers worden altijd met kleine letter geschreven:

  • man, jemand, mancher (Behalve: Das war kein Niemand, das war ein Jemand. (Dat is geen onbeduidend persoon maar iemand met karakter.)

Meer weten?:

http://www.duden.de/sprachwissen/rechtschreibregeln/Gro%C3%9F-%20und%20Kleinschreibung

 

Spelling van moeilijke woorden:

http://www.duden.de/schwierige-woerter






Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Verkeer  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Deutsch macht Spaß