12900 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie

i.s.m. de werkgroep Deutsch macht Spaß


Antwoorden van 01-06-2020 (niveau 2)



eerdere test 01 JUN latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 01-06-2020 zo ingevuld:



........ das Baby schon?


2 % (afgerond)Schläfst
85 % (afgerond)Schläft 
13 % (afgerond)Schlaft

Schlafen is een sterk werkwoord met -a- en verandert in het enkelvoud naar -ä- :

ich schlafe

du schläfst

es (das Baby) schläft

ihr schlaft



Zie ook de pagina sterk.



Die (klanten)  ........  wollen hohe (leningen) ........ .


76 % (afgerond)Kunden - Kredite 
20 % (afgerond)Kunde - Krediten
3 % (afgerond)Künden - Kredits

der Kredit: de meeste vreemde woorden met de uitgang -t zijn mannelijk

die Kredite volgt de hoofdregel voor het meervoud van mannelijke woorden: -e

 

Der Kunde - die Kunden hoort bij het groepje mannelijke woorden met de uitgang -e. Het gaat hier om mannelijke personen en dieren (der Junge, der Löwe).

Deze woorden krijgen, behalve in de 1e naamval enkelvoud, in alle andere naamvallen, dus ook in het meervoud de uitgang -n. (Zie bij 7x (e)n).



Zie ook de pagina meervoud.



Ich wohne (boven) ........ einem Supermarkt.


40 % (afgerond)oben
60 % (afgerond)über 

oben = boven; dit is een bijwoord.

Ich wohne oben, mein Freund wohnt unten (beneden).

De twee informaties staan los van elkaar.

 

Über= boven of over; dit is een voorzetsel.

Er wordt een relatie tussen personen, voorwerpen of plaatsen aangegeven: Ich sitze neben dir, die Zeitung liegt auf dem Tisch.

In het Duits volgt na een voorzetsel een 3e of 4e naamval (soms een 2e).

 

Über: kan de 3e of de 4e naamval hebben.

Wohnen: is een toestand, derhalve 3e naamval.

Der Supermarkt verandert hier in: wonen über dem Supermarkt (3e naamval).



Zie ook de pagina Voorzetsels.



Er hat seinen Job (opgezegd) ........ .


68 % (afgerond)gekündigt 
4 % (afgerond)aufgesagt
9 % (afgerond)abgesagt
19 % (afgerond)entlassen

Er hat seine Arbeitsstelle gekündigt.

Bei seiner vorigen Stelle wurde ihm gekündigt (lijdende vorm).

 

entlassen: ontslaan

Wurde er von seinem Chef entlassen oder hat er selber gekündigt?

absagen: afzeggen / cancelen 

aufsagen: (een gedicht) opzeggen / declameren



Zie ook de pagina Woordenschat, thematisch.



TOTAALRESULTAAT:
72% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Deutsch macht Spaß