9643 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Antwoorden van 17-04-2024 (niveau 2)



eerdere test 17 APR latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 17-04-2024 zo ingevuld:



Ich wünsche ........ Geburtstag.

 


83 % (afgerond)dir alles Gute zu deinem 
1 % (afgerond)dir allem Gute für deine
5 % (afgerond)dir alles Gute für dein
10 % (afgerond)dich alles Gute zu deinem

aan iemand (wensen): jemandem, meewerkend voorwerp, 3e naamval, dus dir, ihr, ihm, Ihnen

all- hoort bij de der-die-das groep

das Gute - alles Gute: 1e en 4e naamval, hier lijdend voorwerp, dus 4e naamval

 

zum Geburtstag gratulieren, etwas zum Geburtstag schenken

für deinen Geburtstag: heeft betrekking op de dag zelf (bijvoorbeeld wens je mooi weer en dat alles goed verloopt)

 

In deze volledigheid wordt de zin meestal alleen schriftelijk gebruikt.



Zie ook de pagina standaardzinnen met 3e naamval.



"Er soll im Lotto gewonnen haben!"

 

            

 

De strekking van deze zin: ........


13 % (afgerond)Hij moet de lotto hebben gewonnen.
80 % (afgerond)Men zegt dat hij de lotto gewonnen heeft. 
7 % (afgerond)Hij beweert dat hij de lotto gewonnen heeft.

Het werkwoord sollen heeft meerdere betekenissen.

Onder andere 'een gerucht uiten': "Men zegt dat...".

 

Hij moet de lotto hebben gewonnen: het kan niet anders dan dat hij gewonnen heeft. Hiervoor zou er dus een aanwijzing moeten zijn: "Hij smijt met geld, dus hij zal/moet wel..." 

Hij beweert: er behauptet, dus hijzelf zegt het.

Een dergelijke aanwijzing staat niet in de zin van de opgave.



Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



(We gaan morgen met vakantie) ........ nach Berlin.

 

     


10 % (afgerond)Wir gehen morgen im Urlaub
2 % (afgerond)Wir fahren morgen auf den Urlaub
85 % (afgerond)Wir fahren morgen in Urlaub 
3 % (afgerond)Wir gehen morgen auf Urlaub

gehen = lopen, niet om de toekomst uit te drukken;

gaan met een vervoermiddel: (in Urlaub /in die Ferien) fahren, fliegen.

 

Als je niet op reis gaat, maar wel vakantie hebt: Ich habe Urlaub/Ferien.

Ich mache Urlaub.

 

Der Urlaub: met name vakantie voor werknemers.

Schoolvakantie: die (Schul)Ferien (altijd meervoud), ook algemeen voor vakantie.



Zie ook de pagina weetwoorden II.



"In diesem Café gibt es auch kleine Mahlzeiten. Sollen wir dort etwas essen?"

A: "Ja, gern. Ich habe Lust auf einen Strammen Max."

B: "Und ich nehme einen Windbeutel."

 

Persoon A wil een ........ en persoon B een ........ .


2 % (afgerond)broodje ham - gevulde pannenkoek
8 % (afgerond)hotdog - loempia
78 % (afgerond)uitsmijter - grote soes 
12 % (afgerond)tosti ham en kaas - kaassoufflé

broodje ham: das Schinkenbrötchen

pannenkoek: der Pfannkuchen (wordt in sommige regio's ook voor Berlijnse bol gebruikt)

loempia: die Frühlingsrolle (tegenwoordig ook die Lumpia)

hotdog: der Hotdog

Schinken-Käse-Sandwichtoast

Käsesoufflé: in Duitsland is dit het kleine Franse ovengerecht Soufflé au fromage. De Nederlandse snack kaassoufleé wordt niet aangeboden.

das Café - In een 'Café' bestelt men overwegend koffie/thee en gebak, maar vaak kun je ook kleine hartige gerechten nuttigen.



Zie ook de pagina Woordenschat, thematisch.



TOTAALRESULTAAT:
81% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß