14089 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Voorzetsels | met 3e naamval


De volgende voorzetsels hebben altijd de derde naamval: 

(zie ook bij: voorzetsels- gebruik/speciaal idioom)

  • mit (met)
    Wir fahren mit der Bahn.
     
  • nach (naar)
    Wir fahren nach Paris.
     
  • bei (bij)
    Dort wohnen wir bei unseren Freunden. 
     
  • seit (sinds)
    Seit einem Jahr habe ich einen iPad.
     
  • von (van, door)*
  • Das Buch ist von meinem Vater.
  • Das habe ich von meiner Mutter bekommen.
  • Der Räuber ist von der Polizei verhaftet worden.
  • (* von = door als de handelend persoon er achter staat.)

 

  • zu (naar)
  • Ich gehe in Delft zur Schule.

 

  •   Wir fahren zu meiner Oma.
  •   Gehst du zum Bäcker?

          Bij personen en instellingen wordt voor 'naar' altijd 'zu' gebruikt.

  • entgegen (tegemoet)
    Der Junge lief seiner Freundin entgegen.
  • gegenüber *(tegenover)
    Das Haus steht gegenüber einer Kirche.
     
  • außer (behalve)
    Außer meiner Freundin kamen alle zu spät.
     
  • aus (uit)
    Hast du das Buch aus der Bibliothek? 

*gegenüber wordt ook weleens achter het betreffende objekt gebruikt: dem Bahnhof gegenüber

 

Tijdsbepalingen met een voorzetsel staan in de 3e naamval:

Am Montag / im Sommer / seit einem Jahr spiele ich Tennis.

(zonder voorzetsel staan tijdsbepalingen in de 4e naamval: Ich gehe jeden Tag ins Fitnescentrum)

 

Als een werkwoord een voorzetsel als voorvoegsel heeft wordt de 3e naamval gebruikt.

beiwohnen, mitteilen, e.d.

Sie wohnt der Sitzung bei. Ich habe ihm (meewerkend voorwerp) etwas mitgeteilt.








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Deutsch macht Spaß