0 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 11-06-2026 (niveau 2)



eerdere test 11 JUN geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 11-06-2026 zo ingevuld:



De docente geeft graag les.

Die Dozentin ........  



83 % (afgerond)unterrichtet gerne. 
5 % (afgerond)gibt gerne Lektionen.
10 % (afgerond)gibt gerne Stunden.
2 % (afgerond)erteilt gerne Lektionen.

les geven: unterrichten, Unterricht geben

2e betekenis van het werkwoord: informeren

Stunden geben kan alleen gebruikt worden als erbij staat waarvoor: Klavierstunden, Deutschstunden geben.

 

Jemandem (3e naamval) eine Lektion erteilen: 'iemand de les lezen', dus een reprimande geven.

Die Lektion: wordt ook gebruikt voor 'hoofdstuk' uit een leerboek.


Zie ook de pagina Links.



Wir unterhalten (zakelijke) ........ Beziehungen zu diesem Unternehmen.



88 % (afgerond)geschäftliche 
5 % (afgerond)sächliche
3 % (afgerond)geschäftige
4 % (afgerond)sachliche

zaak (bedrijf): das Geschäft (algemeen), der Laden (winkel)

zaak in de betekenis van 'aangelegenheid': die Sache

 

geschäftig: druk/actief bezig zijn. Sie läuft geschäftig hin und her.

sachlich: zakelijk (i.t.t. speels of emotioneel) / objectief, reëel

sächlich: onzijdig (grammaticale term)

 

die Beziehung: relatie, betrekking


Zie ook de pagina Falsche Freunde.



Diese Creme ist gut für ........ Haut.

 

  



18 % (afgerond)den trockenen
79 % (afgerond)die trockene 
3 % (afgerond)das trockene

die Haut: vrouwelijk woord met de uitgang -t

die trockene Haut: 1e en 4e naamval vrouwelijk


Zie ook de pagina geslacht.



(Vanavond gaan we weer eens de hort op.)

 

Heute abend ziehen wir mal wieder um ........ Häuser, aber um Mitternacht ........ wir zuhause sein, sonst ist die Tür verschlossen.



12 % (afgerond)der - sollen
66 % (afgerond)die - müssen 
22 % (afgerond)den - müssen

Na het voorzetsel um volgt de 4e naamval.

Die Häuser: meervoud 1e en 4e naamval.

 

müssen: als het wettelijk verplicht is of anderszins noodzakelijk (de deur is op slot)

sollen: op gezag van iemand - Meine Mutter will, dass ich um 10 Uhr zuhause bin. Sie sagt: Du sollst rechtzeitig nach Hause kommen!

 

Auf die Piste gehen is eveneens spreektaal voor ausgehen.


Zie ook de pagina met 4e naamval.



TOTAALRESULTAAT:
79% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß