|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Sie (legt) ........ die Kette in die Schatulle.

legen-legte-gelegt (leggen): zwak werkwoord, dus geen klinkerverandering
Sie legt das Handtuch (lijdend voorwerp) in den Schrank (4e naamval).
gaan liggen: sich legen - Sie legte sich ins Bett (4e naamval).
liegen-lag-gelegen (liggen): sterk werkwoord
Der Schmuck liegt jetzt in der Schatulle (3e naamval).
Sie lag im Bett (3e naamval).
Er hat sich bei dem Fall (de knie) ........ und (de kin) ........ aufgeschlagen.
das Knie - das Kinn: hier lijdend voorwerp, dus 4e naamval
In de 1e en in de 4e naamval hebben onzijdige woorden dezelfde vorm.
bei dem Fall: 3e naamval mannelijk (stam van een werkwoord)
Meine alte Oma kann sich keine neuen Namen mehr (onthouden) ........ .
onthouden: sich merken (met 3e naamval ich-mir/du-dir - maar: er sich/Sie sich)
Ook: Ich kann es nicht behalten.
markieren en kennzeichnen: van een teken voorzien, kenmerken
aushalten: uithouden, aankunnen
2e betekenis van merken: opmerken
Drie uitdrukkingen hebben de betekenis van: "Dat meen je niet!"
Welke uitdrukking heeft een andere betekenis?
Het goede antwoord is dus de verkeerde uitdrukking:
Da liegst du aber schief! (Licht bozige toonzetting): Dat heb je mis.
De andere uitdrukkingen zijn in spreektaal gebruikelijk om verbaasd te vragen of de spreker geen grap maakt, of voor een spreker om te benadrukken dat het serieus bedoeld is / op waarheid berust.
Informeler: ohne Flachs [flax], ohne Scheiß.
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |