|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
- Wie hoch ist der Berg?
- Der Großglockner ist mit 3.798 Metern ........ Berg Österreichs.

der Berg (zie zin 1)
der Großglockner = der Berg, dus beide woorden staan in de 1e naamval
1e naamval: na der, die, das staat höchste (enkelvoud), dus uitgang -e voor alle woorden, ook 4e naamval vrouwelijk en onzijdig.
Das kleine Kind spielte mit ........ Playmobilfiguren.

mit: 3e naamval, hier meervoud
In de 3e naamval meervoud krijgen alle onderdelen van de woordgroep de uitgang -n: mit seinen vielen kleinen Figuren.
die Figur - die Figuren
das Kind - seine Figuren
(Neem jij het tijdschrift en geef de krant aan mij)
........ du mal die Zeitschrift und ........ mir mal bitte die Zeitung.
nimm bitte / gib bitte
ich nehme / gebe
du nimmst / gibst - gibst du? -
er/sie/es nimmt / gibt
ihr gebt
Geben en nehmen zijn sterke werkwoorden met -e- in de stam.
De -e- verandert in -i- bij du, er, sie, es.
De uitspraak van gib / er gibt zit tussen lang en kort in.
Bij nehmen en treten wordt de lange -e- een korte -i-: nimm, tritt en er volgen dubbele letters.
Der Verdächtige hat ........ abgelegt.
Werkwoord gestehen: er hat die Tat gestanden.
das Bekenntnis: belijdenis (godsdienst), ontboezeming (m.b.t. privézaken, niet voor criminaliteit)
das Versprechen: belofte
der Gegenstand: voorwerp
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |