|
7512 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Wir fahren immer mit ........ Fahrrad ........ Schule.

das Fahrrad: onzijdig woord
das Rad, die Räder: fiets(-en) / wiel(-en)
Mit is een voorzetsel met de 3e naamval: mit dem Fahrrad, mit dem Auto, mit der Bahn fahren.
Naar een instelling/persoon: zu, eveneens 3e naamval. Wir fahren
zum Markt / zum Rathaus / zum Zahnarzt.
Die Schule eindigt op -e, dus vrouwelijk: zu der = zur Schule.
Unmögliches wird sofort (geregeld) ........ , Wunder dauern etwas länger.

Onmogelijkheden doen/regelen we meteen, wonderen duren iets langer. Deze spreuk kom je wel eens op een bordje in winkels of bij een reparatiebedrijf tegen.
(etwas) erledigen: afhandelen, uitvoeren, regelen (ook boodschappen doen of iets bij een dienst afhandelen)
aushandeln: een deal maken, onderhandelen
abführen: afvoeren (verdachte) / belasting afdragen
(abführend: laxerend)
entsorgen: verwijderen, vernietigen
afbeelding: kaufland.de
Dat maakt me niet uit (ik vind alles best).

Das ist mir egal: het is me om het even, geen probleem.
Das macht mir (3e naamval) nichts aus:
1 Dat is geen moeite (doe ik graag).
2 Dat doet me niets / dat laat me koud (kritiek / verwijt).
In 'Das ist mich gleich' en 'Das ist mich egal' klopt de naamval niet.
Correct is: Das ist mir gleich / egal / einerlei.
(De) ........ Briefträger bringt (een) ........ Paket.

Der Briefträger: onderwerp, dus 1e naamval.
Das/ein Paket: onzijdig, hier lijdend voorwerp, 4e naamval.
De vorm van de 1e en 4e naamval onzijdig is gelijk.
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |