|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
(Daarnet) ........ habe ich die Nachbarin gesehen.
vorhin: zonet, zojuist - De betekenis wijkt dus af van het Nederlandse voorheen: eerder, vroeger.
vorher: eerder, daarvoor (voor iets anders gebeurt / gebeurd is)
vorab: van tevoren, vooraf
voraus: vooruit (voraussagen, vorhersagen: voorspellen)
Ook: Die Wandergruppe folgt, ich gehe voraus.
Ook mogelijk: Ich habe gerade die Nachbarin gesehen.
(Op deze leeftijd) ........ sollte man ruhig noch etwas Sport treiben.

das Alter - in diesem Alter
Tijdsbepalingen (wanneer?) met voorzetsel (seit, in, nach, vor) staan altijd in de 3e naamval.
Controlevraag 'wanneer?': dan 3e naamval
die Lebenszeit: levensduur
foto: Lübecker Turnerschaft
Volgende week ga ik met de auto op vakantie, en wel naar Zwitserland.
Nächste Woche ........ mit dem Auto ........ , und zwar in die Schweiz.
zullen/gaan (toekomst): werden
Ook: Nächste Woche fahre ich in Urlaub.
sollen: moeten op gezag van een ander
dürfen - ich darf: mogen - ik mag (toestemming hebben)
gehen (= lopen): niet voor toekomst
NB in sommige dialecten ook wel eens 'auf Urlaub sein' = niet aan het werk.
Der Verkäufer sagte:
Ich muss mal im (magazijn) ........ nachsehen, ob wir noch einen Vorrat Toilettenpapier haben.

das Lager: magazijn in winkel of werkplaats (ook: kampement)
auf Lager haben: in voorraad hebben
etwas lagern: iets bewaren, stallen
die Vorratskammer: voor levensmiddelen
der Laden (die Läden): winkel (winkels)
der Speicher: zolder / opslag
speichern: opslaan (ook m.b.t. pc bestanden)
foto: Jumbo
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |