|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
(Dit medicijn mag je beslist niet innemen als je autorijdt.)
Dieses Medikament ........ man auf keinen Fall einnehmen, wenn man Auto fahren will.

dürfen: mogen, toestemming hebben
ich darf, du darfst- er, sie, es, man darf - ihr dürft, wir dürfen
Algemene uitspraken/raadgevingen e.d. worden in het Duits met 'man' geformuleerd. Bij 'du' zou een persoon zich direct aangesproken voelen en dat kan verkeerd overkomen.
Der Supermarkt ist noch zu.
Wann öffnet ........ Supermarkt?

Der (Super)markt: mannelijk woord, zie ook eerste zin van de opgave.
Ook in de tweede zin is der Supermarkt onderwerp, dus 1e naamval.
Das Essen ist fertig gekocht. Du musst nur noch abschmecken.

abschmecken: ........ .
abschmecken: op smaak brengen (horeca term 'afsmaken')
Ook würzen (en evt. toevoeging van andere ingrediënten).
das Gewürz: specerij
genieten: genießen / "Guten Appetit, lass es dir schmecken. / Lassen Sie es sich schmecken."
opscheppen (eten op het bord doen): sich (Essen) auftun / tast toe: "Greif zu / greifen Sie zu."
opwarmen: aufwärmen
Der Hund hat gebellt und gebissen, obwohl man sagt "Hunde die bellen, ........ nicht."
Wat is de juiste schrijfwijze?
bijten = ........
De tweeklank: -ei- wordt niet 'snel' uitgesproken, derhalve ß.
Vergelijk met: biss - gebissen.
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |