|
8090 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Hallo Kinder, ........ ihr, wo hier ein Bankautomat ist?

ich weiß
du weißt
er, sie, es weiß
wir wissen
ihr wisst
Het werkwoord wissen - wusste - gewusst heeft een onregelmatige vervoeging: -ei- / -i-. Na -ei- volgt hier een -ß-.
Let op de vorm van ihr die bij alle werkwoorden eindigt op -t ook in de verleden tijd.
Die (honden) ........ haben alle (cakes) ........ gefressen.

Der Hund - die Hunde / der Kuchen - die Kuchen:
uitzonderingen op de regel dat mannelijke woorden meestal een umlaut krijgen.
Zo ook: die Busse, die Punkte, die Schuhe.
Hundekuchen: hondenbrokjes
Jährlich kommen zweieinhalb Millionen deutsche Touristen ........ Niederlande.

Die Niederlande (meervoud): in die Niederlande kommen, fahren, reisen.
Na het keuzevoorzetsel in: een beweging met doel en/of een resultaat (waarheen?) combineert met de 4e naamval.
In tegenstelling tot een vaste situatie (waar?): Wir wohnen / wir machen Urlaub in den Niederlanden (3e naamval meervoud).
Hetzelfde geldt voor die Schweiz, die Türkei (beide enkelvoud) en die USA (meervoud).
Bij landen zonder lidwoord en voor steden gebruik je nach: nach Berlin, nach Deutschland, nach Frankreich fahren, dus ook nach Amsterdam kommen.
im: 3e naamval mannelijk
afb. Freddy North
Ich möchte gerne ........ Schokolade.

die Tafel Schokolade: een tablet/plak chocola
(die Schultafel: schoolbord; het verkeersbord: das Verkehrsschild)
Die Scheibe:
1 eine Scheibe (snee) Brot / Wurst.
2 die Fensterscheibe (ruit)
die Plakette: sticker als bewijs voor bijv. apk (Duits: TÜV)
sticker van papier/plastic: der Aufkleber
die Tablette: met name een medische tablet (pil: die Pille) of iets in deze vorm
das Tablett: het dienblad
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |