|
8211 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
(Alle) ........ Händler auf dem Markt verdienten gut. Aber (sommigen) ........ waren dennoch nicht zufrieden.

Alle / manche Händler (meervoud): in beide zinnen onderwerp, dus 1e naamval. De 4e naamval meervoud heeft dezelfde vorm.
All- en manch-: behoren bij de der/die/das-groep en krijgen dezelfde uitgangen.
Zo ook: solche Menschen / welche Leute?
Er (dronk) ........ die Flasche leer und (gooide) ........ sie dann fort.
trinken - trank - getrunken
werfen - warf - geworfen
Werkwoorden die in het Nederlands sterk zijn (klinker verandert) zijn dat vrijwel altijd ook in het Duits.
Meestal lijken de klinkers in beide talen op elkaar: a-o-u.
Maar dat geldt niet voor alle werkwoorden.
(Zie eventueel lijst bij 'sterke werkwoorden'.)
Ich gehe mit dem Hund meiner kranken Nachbarin Gassi: ........
die Gasse: kleine straat, steeg
Gassi gehen is een vaste uitdrukking voor de hond uitlaten.
gastgezin: die Gastfamilie
tijdelijk in deze context: vorübergehend ...unterbringen
zum Tierarzt / zum, ins Asyl bringen
Een opgave van K.C. van der Wolf.
Das sieht ja lecker aus. Das möchte ich gerne mal ........ .

proeven m.b.t. eten als in deze opgave: probieren
(Ook vaak gebruikt: Ich möchte das gern mal kosten.)
2e betekenis van probieren/ausprobieren: testen, proberen.
proben: repeteren
Die Theatergruppe probt das neue Stück.
prüfen: testen in de betekenis van controleren / onderzoeken
Wir müssen diese Angelegenheit (über)prüfen.
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |