|
7867 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Wie spät ........ Ellen ten Damme auf?

ich trete
du trittst
er/sie/es tritt
ihr tretet
treten - trat - getreten: sterk werkwoord
Bij du, er, sie, es verandert -e- in -i-.
Meestal verandert de lange -e- in -ie- .
Uitzonderingen: treten - tritt, nehmen - nimmt
der Auftritt
........ Abfall wird morgen abgeholt.

Der Abfall: in het Duits dus niet onzijdig.
Zelfstandige naamwoorden, bestaand uit de stam van een werkwoord, zijn overwegend mannelijk:
der Abfall (ab-fall-en), der Verband (binden-band-gebunden), der Besuch, ... Het betreft dus ook vaak woorden die in het Nederlands onzijdig zijn.
kliko / afvalcontainer: die Mülltonne
afvalophaaldienst: die Müllabfuhr
Nicole singt in ihrem Hit:
Ein bisschen Frieden, ein bisschen Sonne
Für ........ Erde, auf ........ wir wohnen.
für: 4e naamval - die/diese Erde (vrouwelijk: dezelfde vorm als de 1e naamval)
auf: 3e of 4e naamval
controlevraag 'waar is het / waar wil je vrede?', dan 3e naamval.
Der Frieden ist (waar?) auf der Erde.
Wir wohnen auf der Erde.
Waarheen?/waar naartoe?: Der Friede kam (beweging) auf die Erde.
Der Friede - der Frieden: beide vormen zijn voor de 1e naamval gebruikelijk.
Die Beiden haben sich gehauen.
Die beiden hebben ........ .
Ze hebben dus gevochten.
hauen - haute - gehauen (gemengde vervoeging): slaan, denk aan beeldhouwer / pikhouweel
schlagen - schlug - geschlagen: slaan
Er hat ihn geschlagen: een klap gegeven
elkaar omarmd: einander / sich umarmt
elkaar beschimpt: einander / sich beschimpft
elkaar zwart gemaakt: einander / sich angeschwärzt /schlecht gemacht
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |