|
8159 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Der Pass ist abgelaufen.
Du musst ........ Pass beantragen.

Der Pass bestaat uit de stam van het werkwoord passen/passieren: deze woorden zijn overwegend mannelijk.
einen Pass (beantragen): lijdend voorwerp, 4e naamval
1e naamval mannelijk: der neue Pass/ein neuer Pass
2e der Antrag des/eines neuen Passes
3e mit dem/einem neuen Pass
4e ich beantrage den/einen neuen Pass.
Dus bij mannelijke woorden alleen in de 1e naamval geen -n.
Es ist absolut notwendig.
Ob du (wilt) ........ oder nicht, du (moet) ........ es tun.

Du willst nicht, aber du musst (je komt er niet onderuit).
ich will/muss - du willst/musst.
du sollst: opdracht van een ander - "Du sollst nicht immer so laut schreien!" = Ich will, dass du nicht immer so laut schreist.
mögen (lusten, houden van): du magst
mögst (mögest): oude conjunctiefvorm
Er gaat iets niet helemaal goed.
Hoe zeg je in het Duits 'Dat is sneu.'?
Der Jammer (verouderd) gebruik je alleen bij een groot verdriet, niet bij een alledaags klein ongemak.
der Quatsch: nonsens, onzin, flauwekul
Quatsch machen: lol maken / onzin uitkramen
Das ist (der) Hammer: Wow, super te gek!
Deze uitdrukking kan ook negatief worden gebruikt:
Das ist EIN Hammer: Dat is een gigantische blunder!
Das alte Schränkchen will ich shabby chic weiß ........ .

(an)streichen: verven
(tweede betekenis: schrappen/wegstrepen)
malen: een schilderij schilderen (anmalen/bemalen: beschilderen)
ein muur schilderen: eine Wand streichen
de huisschilder: der Anstreicher / der Maler
schildern: beschrijven, vertellen, schetsen (ein Erlebnis schildern)
zeichnen: tekenen
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |