8896 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
........ Flug ........ Berlin war ziemlich aufregend.
Der Flug (onderwerp) is de stamvorm van een werkwoord. Deze woorden zijn overwegend mannelijk.
nach: naar steden en landen, nach Amerika, nach Holland
echter: in die USA, in die Niederlande, in die Türkei, in die Schweiz fliegen/fahren
aufregend: opwindend
(Eet) ........ du gerne Vla?
ich esse
du isst - isst du?
er, sie, es isst
wir essen
ihr esst
essen - aß - gegessen: sterk werkwoord, wissel van -e- naar -i-
De verleden tijd (aß) wordt lang uitgesproken en daarom met -ß geschreven.
Hast du einen (Nederlandse) ........ Freund?
Der/ein Freund is een mannelijk persoon,
hier lijdend voorwerp, dus 4e naamval: einen niederländischen Freund.
1e naamval: der deutsche Freund / ein deutscher Freund
2e naamval: des deutschen Freundes / eines deutschen Freundes
3e naamval: dem deutschen Freund / einem deutschen Freund
4e naamval: den deutschen Freund / einen deutschen Freund
Alleen in de 1e naamval krijgt het bijvoeglijke naamwoord mannelijk geen -n.
Das Essen ist fertig gekocht. Du musst nur noch abschmecken.
abschmecken: ........ .
abschmecken: op smaak brengen (horeca term 'afsmaken')
Ook würzen, das Gewürz: specerij (ook evt. toevoeging van andere ingediënten).
genieten: genießen / "Guten Appetit, lass es dir schmecken / lassen Sie es sich schmecken."
opscheppen (eten op het bord doen): sich (Essen) auftun / tast toe: "Greif zu / greifen Sie zu."
opwarmen: aufwärmen
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |