|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Das Jahr 2024 hatte 366 Tage. Es war ein (schrikkeljaar) ........ .
schalten: schakelen, er wordt een extra dag 'ingeschakeld'
das Schreckensjahr: desastreus jaar
Wechseljahr bestaat alleen in het meervoud: die Wechseljahre = 'de overgang' (menopauze).
Ich habe (de student) ........ ein Zimmer vermietet.

Der Student - aan de student (verhuurd): meewerkend voorwerp, 3e naamval enkelvoud.
ein Zimmer: lijdend voorwerp
Student hoort bij een groep woorden voor mannelijke personen (en dieren) die eindigen op -t (Elefant) of -e (Hase).
Deze woorden krijgen, behalve in de 1e naamval enkelvoud, in alle naamvallen (dus ook in het meervoud) de uitgang -en.
Den Studenten: 4e naamval enkelvoud en 3e naamval meervoud.
Om kritiek te vermijden betreffende vrouwelijke en mannelijke vormen gebruikt men tegenwoordig graag de vorm (der/die) Studierende, omdat het woord 'genderneutraal' is.
Das Kind (mocht) ........ ohne die große Schwester nicht aus dem Haus gehen.
dürfen - durfte - gedurft
dürfte (aanvoegende wijs): zou mogen (ook soms: het zou kunnen / is waarschijnlijk zo)
mochte (verleden tijd van mögen): had (geen) zin in, lustte, hield van
ich mag, es mag: tegenwoordige tijd van mögen
Ich muss mich beeilen, (anders) ........ ich meinen Zug nicht.

sonst: in het andere geval
Ich muss mich beeilen, sonst komme ich zu spät.
anders (+ als): Dieser Fall ist anders als der andere Fall.
(sondern: niet ... maar - Ich möchte keinen Tee sondern Kaffee.)
de trein halen: den Zug kriegen, schaffen, erreichen (formeel)
(zie menupagina 'spreektaal - standaardzinnen D-N')
holen: (op)halen (abholen), ook spreektaal voor kopen:
"Ich hole mir das Sonderangebot bei Aldi."
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |