Der Lack des Oldtimers ist etwas stumpf. Das Auto muss (in de was gezet) ........ werden.

wachsen - wachste - gewachst: in de was zetten, met was insmeren
Zwak werkwoord, dus geen klinkerverandering.
das Wachs [waks]: de (bijen)was
Deze werkwoorden zijn in het Duits 'sterk':
waschen - wusch - gewaschen: wassen - waste - gewassen
wachsen - wuchs - gewachsen: groeien - groeide - gegroeid
Was ist ........ Unterschied zwischen einem Esel und einem Maultier?
Der Unterschied: een stamvorm van het werkwoord unterscheiden.
Deze woorden zijn overwegend mannelijk.
Hier onderwerp: Was ist der Unterschied?
Wegen seiner Diät muss er auf viele leckere Sachen ........ .

verzichten (der Verzicht): afzien van / een offer brengen
Het wordt ook vaak licht ironisch gebruikt: Darauf kann ich verzichten. - Dat hoef ik niet, dat kan ik missen (als kiespijn).
verzagen: verouderd voor wanhopen (verzweifeln)
versagen: mislukken (Er hat beim Test jämmerlich versagt)
Ook: Er muss sich viel versagen: zichzelf verbieden, dus een oude betekenis die lijkt op verzichten maar dan in andere zinsconstructie.
verziehen: vertrekken, verhuizen (ambtelijk; algemeen taalgebruik: umziehen) / das Gesicht verziehen: een scheef gezicht trekken
Drie van de uitdrukkingen uit de spreektaal (Umgangssprache) hebben de betekenis van ‘okay, goed gegaan, goedgekeurd’.
Welke uitdrukking betekent juist het tegendeel?
bekloppt (kloppen is spreektaal voor 'slaan'), bescheuert : knotsgek, getikt, lijp
De overige woorden hebben de betekenis van 'okidoki'.