Das Angebot haben wir bereits im Oktober per Mail angefragt.
Wir haben (uw offerte) ........ erst heute empfangen.
das Angebot: zie 1e zin
1e en 4e naamval: das/ein/euer/Ihr Angebot
Woorden met Ge- en uitgang -t zijn overwegend onzijdig.
De vorm van de 1e en 4e naamval onzijdig is gelijk.
Die älteste Teilnehmerin am 4-Tage Marsch hat sich (enkel) ........ verstaucht.
der Knöchel: enkel
(der Enkel: kleinzoon)
verstauchen: verzwicken
die Wade: kuit
die Ferse: hiel
der Schenkel: dijbeen
(Tegen welk elftal hebben jullie net gespeeld?)
Gegen ........ Mannschaft habt ihr gerade gespielt?
gegen: voorzetsel met de 4e naamval.
Die Mannschaft eindigt op -schaft: deze woorden zijn vrouwelijk.
Welch- behoort bij de der-die-das-groep en krijgt de uitgang van het lidwoord: welche (1e en 4e naamval vrouwelijk)
welcher: 1e naamval mannelijk en 2e en 3e vrouwelijk
welchem: 3e naamval mannelijk en onzijdig
welchen: 4e naamval mannelijk
"Ich muss mal austreten: ........ "
De uitdrukking is iets minder direct dan 'Ich muss zur Toilette'.
Vroeger waren toiletten buiten de woning.
naar buiten gaan: hinausgehen, nach draußen gehen
(niet) uithouden: (nicht) aushalten
Das ist nicht zum Aushalten / zu ertragen. Hier lässt es sich gut aushalten (hier lässt es sich gut leben).
Ik ben buiten mezelf: Ich bin außer mir (vor Freude, vor Wut).
Aus einem Verein/einer Partei austreten: lidmaatschap opzeggen.