0 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 24-04-2026 (niveau 1)



eerdere test 24 APR geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 24-04-2026 zo ingevuld:



(Zet) ........ du die Blumen bitte in die Vase?

 

   



3 % (afgerond)Setze
9 % (afgerond)Setz
10 % (afgerond)Stell
78 % (afgerond)Stellst 

stellen: neerzetten, plaatsen

sich setzen: gaan zitten /  setzen: einen Hut aufsetzen

Du stellst / Stellst du ...? (vragende zin, het werkwoord blijft gelijk).

 

Stell bitte: gebiedende wijs (dus zonder du).

Ihr stellt: gewone werkwoordsvorm en de gebiedende wijs van jullie. Stellt ihr bitte ...? / Stellt bitte ... !

 

 

 

 

afb. freepik


Zie ook de pagina gebiedende wijs.



Königin Máxima und König Willem-Alexander haben drei ........ .

    

   

  



82 % (afgerond)Töchter 
13 % (afgerond)Töchtern
4 % (afgerond)Tochtern
1 % (afgerond)Tochters

eine Tochter - zwei Töchter

 

Deze benamingen van directe familieleden krijgen eveneens een umlaut: die Mutter - die Mütter, der Bruder - die Brüder, der Vater - die Väter, der Sohn - die Söhne.

 

 

foto RVD


Zie ook de pagina meervoud.



Ich schenke ........ Vater ........ Gutschein.

 

     



83 % (afgerond)meinem, einen 
7 % (afgerond)mein, ein
8 % (afgerond)meinen, einen
3 % (afgerond)meiner, eine

Ik geef/schenk de waardebon aan mijn vader: meewerkend voorwerp, 3e naamval.

In dit type zin is de persoon (Vater) vrijwel altijd meewerkend voorwerp (3e naamval) en het 'ding' (Gutschein) lijdend voorwerp (4e naamval).

Der/ein Gutschein (waardebon)

Het woord bestaat uit de stam van een werkwoord (scheinen: een oude betekenis is laten zien). Deze woorden zijn overwegend mannelijk.


Zie ook de pagina overzicht.



Die Schule ist auf der anderen Seite. Wir müssen die Straße (oversteken) ........ .

 

         



3 % (afgerond)überstechen
4 % (afgerond)überlaufen
92 % (afgerond)überqueren 
1 % (afgerond)darüber laufen

quer: dwars - der Querulant: dwarsligger

 

darüber laufen: ergens overheen lopen (over de brug lopen)

darüber gehen: naar die plek / naar de kant gaan, maar niet per se iets moeten überqueren

überlaufen:

klemtoon op über = overlopen (badkuip)/spion die van kant wisselt

klemtoon op lauf = (te) veel mensen op een plek: der Markusplatz in Venedig ist immer überlaufen

 

 

foto: freepik


Zie ook de pagina lastige werkwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
84% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß