14611 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Weetwoorden | weetwoorden I


De keuze voor onderstaande woorden is gebaseerd op de leerlijsten voor het havo- en vwo-examen. Deze worden samengesteld opgrond van de frequentie in leesteksten.

 

Veel Nederlandse en Duitse woorden lijken op elkaar. Soms herken je een Engels, Frans of Latijns woord:

streiken (staken) to strike (Engels)
der Frisör (kapper) le friseur (Frans)
das Attentat       (aanslag)        l'attentat (Frans)
Ostern (Pasen) Easter (Engels)

 

Een aparte groep zijn de valse vrienden: woorden die heel sterk op Nederlandse woorden lijken, maar een andere betekenis hebben. 

Zie de rubriek Falsche Freunde.

 

Vaak kun je de betekenis van een woord uit de context afleiden, toch is het handig een aantal weetwoorden achter de hand te hebben.

Als je ze niet weet, kun je ze altijd nog opzoeken in www.uitmuntend.de bijvoorbeeld.

 

Abgeordnete, der afgevaardigde, lid van het parlement
Abhilfe, die uitkomst, oplossing
Absatz, der

afzet (verkoop), alinea (tekst), hak (schoen), 

Abseits, das buitenspel (voetbal)
Angehörige, der familielid
Angestellte, der medewerker / kantoorpersoneel
Anlass, der aanleiding
Anliegen, das verzoek
Anregung, die voorstel, impuls
Anspruch, der eis, vermeend recht
Anstalt, die inrichting (gezondheid, justitie)
Antrag, der aanzoek (huwelijk), aanvraag (bijv. bij de overheid)
Anzeige, die advertentie, aangifte
Attentat, das aanslag
Aufenthalt, der verblijf, oponthoud
Aufforderung, die  dringend verzoek, oproep
Aufschwung, der opleving, (economische) bloei
Aufwand, der kosten, inspanning, vertoon
Ausbildung, die opleiding
Ausdauer, die uithoudingsvermogen
Auseinandersetzung, die     ruzie, discussie
Außenseiter, der buitenbeentje
Ausstattung, die inrichting, toerusting, faciliteiten

 
Beanspruchung, die belasting (lichamelijk/geestelijk/mechanisch), druk, opeising
Bedarf, der behoefte (consumptie)
Bedeutung, die betekenis
Bedingung, die voorwaarde
Bedürfnis, das (emotionele, sociale) behoefte
Beförderung, die promotie (een hogere functie toekennen)/transport
Begeisterung, die enthousiasme
Beschäftigung, die bezigheid
Beschleunigung, die versnelling, sneller maken/worden
Beteiligte, der/die betrokkene
Bewerbung, die sollicitatie
Bezeichnung, die benaming, aanduiding
Botschaft, die ambassade, bericht/mededeling

 
Darstellung, die beschrijving, uitvoering; voorstelling (toneel)
   
Eifersucht, die jaloezie/ jaloersheid (in vriendschap en liefde)
Eile, die haast
Einschränkung, die beperking

Einwand, der

(einwandfrei)

bezwaar / (perfect)
Empörung, die verontwaardiging
Entscheidung, die beslissing
Entsorgung, die opslag van afval, opruimen
Erachtens, meines mijns inziens
Erfolg, der succes
Ereignis, das gebeurtenis
Ergänzung, die toevoeging, aanvulling
Ergebnis, das resultaat
Ehrgeiz, der ambitie
Erkenntnis, die inzicht
Erholung, die ontspanning
Ernährung, die voeding (zie Nahrung)
Erläuterung, die toelichting
Errungenschaft, die verworvenheid
Ersatz, der vervanging
Ersatzteil, das onderdeel
Erstattung, die vergoeding
Ertrag, der opbrengst
Erzeugnis, das product
Erziehung, die opvoeding
   
Faulenzer, der luiaard, lui persoon
Feierabend, der einde van de werkdag
Forderung, die eis
Forschung, die wetenschappelijk onderzoek
Frist, die termijn, beperkte tijdsduur (befristen)
   
Gattung, die soort (biologie), genre (kunst)
Gebühr, die leges, kosten
Gefallen, der een dienst bewijzen / een plezier doen
Gefälligkeit, die een dienst bewijzen
Gegenstand, der voorwerp
Gehalt, das salaris
Gelände, das terrein
Genehmigung, die vergunning 
Geständnis, das bekentenis
Gewähr(leistung), die

garantie(verstrekking), zekerheid, borg

Gratwanderung, die spagaat, grensgeval, moeilijke beslissing
Grundsatz, der principe, beginsel
Güte, die

1: goedheid/barmhartigheid.

2: qualiteit (van goederen = Güter mv).

Gutachten, das deskundig advies/rapport
   
Haft, die gevangenisstraf, hechtenis
Haftpflicht, die (wettelijke) aansprakelijkheid
Herausforderung, die uitdaging
   
Imbiss, der snackbar, snack
   
Klamotten, die kleren, outfit
   
Lager, das magazijn, opslag
Leidenschaft, die passie

Leistung, die 

(leistungsfähig)

prestatie

(sterk, krachtig)

   
Mangel, der gebrek, tekort
Marktlücke, die  gat in de markt
Messe, die  verkoopbeurs
Müll, der  afval
   
Nachhaltigkeit, die duurzaamheid
Nachwuchs, der kinderen/nakomelingen, 'nieuwe aanwas', 
Nahrung, die  voedsel, levensmiddelen (zie Ernährung)
Neid, der afgunst
   
Ort, der plaats, stad, dorp
   
Rate, die afbetalingstermijn, quotum
Reinfall, der  flop, mislukking
Rente, die  pensioen
Rücksicht, die  consideratie 
Rücksicht nehmen auf  rekening houden met
Ruf, der  de (goede/slechte) naam, reputatie
   
Schicht, die 

laag (in een stapel/sociaal) 

ploeg(endienst)

Schicksal, das (nood)lot
Schiene, die rail
Schlussfolgerung, die conclusie
Schmutz, der vuil
Schranke, die slagboom, barrière
Sehnsucht, die (romantisch) Verlangen
Senkung, die verlaging
Siedlung, die nederzetting / woonwijk
Sieg, der overwinning
Spitzel, der spion
Spitzenleistung, die topprestatie
Stelle, die baan, plek
Sucht, die verslaving
   
Tarnung, die vermomming
Termin, der 

1 officiele afspraak (arts, overheidsdienst e.d.)

2 tijdsstip of tijdsvak (bijvoorbeeld m.b.t. dag van betaling of levertijd)

 
Umwelt, die milieu, omgeving
Unterfangen, das actie, plan, onderneming 
Unterlagen, die dossier, bewijsstukken
   
Veranstaltung, die evenement, manifestatie
Verdauung, die spijsvertering
Verfahren, das proces (justitie, werkwijze), procedé (werkwijze)
Verfasser, der schrijver, auteur
Verfassung, die grondwet, staat/gesteldheid
(zur) Verfügung (ter) beschikking
Vergeudung, die verspilling (ook: die Verschwendung)
Verhalten, das gedrag
Verhängnis, das noodlot - noodlottig einde  (zie ook: Schicksal)
Verlag, der uitgeverij
Versager, der loser, iemand die faalt
Versehen, das vergissing
Verständnis, das  begrip
Verständigung, die functionerende communicatie, overeenkomen
Versteigerung, die veiling
Vertreter, der vertegenwoordiger, invaller
Verwaltung, die beheer, (overheids-)bestuur, administratie
Verwandlung, die verandering
Verwendung, die toepassing, gebruik
Verzeichnis, das register, inhoudsopgave

Verzicht, der

verzichten auf

afstand doen van, afzien van
Verzögerung, die vertraging
Vorbeugung, die preventie
Vorwurf, der verwijt 
   
Wachstum, das groei
Wahrzeichen, das symbool (bijvoorbeeld van een stad)
Wartung, die onderhoud (apparatuur, auto e.d.)
Währung, die munteenheid
Werbung, die reclame
Wettbewerb, der wedstrijd, concurrentiestrijd (unlauterer Wettbewerb: concurrentievervalsing)
Wirtschaft, die economie / eetgelegenheid
   
Zerstörung, die vernieling
Zeile, die regel in een geschreven tekst
Zeitung, die krant 
Ziel, das doel, eindpunt
Zins, der (die Zinsen) rente  (renteopbrengst)
Zoll, der douane
Zugeständnis, das tegemoetkoming, concessie
Zumutung, die onredelijke eis
Zuversicht, die (veronderstelde reële) hoop, positieve toekomstverwachting
Zweck, der doel/bedoeling

 








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Bijbel  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Deutsch macht Spaß