|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Kun je me dat laten zien? : ........
kunnen = können: ich kann, du kannst, ihr könnt
aan mij laten zien: mir zeigen, meewerkend voorwerp, dus 3e naamval
der Zeigefinger: wijsvinger
anweisen: met de vinger / een aanwijsstok iets specifieks aanwijzen, bijv. op een landkaart
mir (etwas) zeichnen: iets voor mij tekenen
mich zeichnen: mij tekenen, een tekening van mij maken
laat eens zien: ![]()
Die beiden (studentes) ........ lernen Deutsch.

die Studentin - die Studentinnen
Vrouwelijk woorden met de uitgang -in krijgen in het meervoud de uitgang -nen: die Lehrerin - die Lehrerinnen.
Der Junge sucht ........ Bruder.
Der/sein Bruder, hier lijdend voorwerp: 4e naamval.
In korte zinnen zonder voorzetsel combineren de meeste werkwoorden met de 4e naamval omdat veel zinnen een lijdend voorwerp hebben.
Seinem Bruder: 3e naamval. Er gibt das Buch (lijdend voorwerp) seinem Bruder (aan zijn broer: meewerkend voorwerp).
Die Empörung über diese Angelegenheit war sehr groß.
Die Empörung : ........ .
sich empören über / empört sein über (+ 4e naamval): verontwaardigd zijn over
onrust: die Unruhe
enthousiasme: die Begeisterung
razernij: die Wut, die Raserei
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |