|
7507 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Nach dem Fernsehen ........ man durch das blaue Licht nicht so leicht ein.

Na het tv-kijken valt men / val je niet makkelijk in slaap.
Sterk werkwoord, de -a- verandert in -ä-:
ich schlafe
du schläfst
er, sie, es, man schläft
ihr schlaft.
In het Duits gebruik je voor algemene uitspraken altijd man. Bij du zou je gesprekspartner zich persoonlijk aangesproken voelen en dat kan verkeerd overkomen.
Wo ist Jonathan?
Habt ihr ........ (hem) schon gesehen?
In zin 1 is Jonathan onderwerp.
In zin 2 is Jonathan (hem) lijdend voorwerp: ihn.
Onderwerp in zin 2: ihr (habt ihn gesehen).
Korte zinnen bestaan vaak uit een onderwerp, een werkwoord (persoonsvorm) en een lijdend voorwerp, dus 4e naamval.
Alles, was wir uns ausdenken, hat die Natur schon ........
(Albert Einstein)

etwas erfinden, die Erfindung: iets uitvinden, de uitvinding
herausfinden: erachter komen (kort: rausfinden)
ausfinden: geen bestaand woord
De uitspraak van de -ö- lijkt op de Nederlandse uitspraak van de dubbelklinker ........ .

De lange -ö- spreek je uit als in meubel/heuvel.
De -ei- lijkt in het Duits meer op -ai-.
Er bestaat ook een -ai-: der Kaiser, der Monat Mai, der Mais.
De klank -oe-: schrijf je in het Duits als -u-.
Het Duits kent geen klank als het Nederlandse ui.
De Duitse uitroep 'Ui!' (uitspraak: oei): = Ojé, net als in het Nederlands o jee(tje).
Tschö mit ö is een verbastering van Tschüs! Net als doei! i.p.v. dag!
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |