|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Der Deutschkurs hat ........ September angefangen.
........ Mittwoch gehe ich immer (naar de) ........ Deutschkurs.

Weekdagen zijn mannelijk: der Mittwoch, der Freitag.
Am (3e naamval) gebruik je bij dagen/dagdelen/data: am Samstag, am Morgen, am 10. April.
Tijdsbepalingen (wanneer?/hoe lang?) met voorzetsel staan altijd in de 3e naamval: (an + dem) am Mittwoch.
tijdsvak / tijdsbestek: in + 3e naamval = im Sommer / in der Sommerzeit
Zu: naar personen en specifieke plaatsen. Ich gehe zum Deutschkurs / zum Markt / zu meiner Oma.
Voorzetsel met de 3e naamval:
mannelijk: zu + dem = zum
vrouwelijk: zu + der = zur
nach: voor steden en landen. Wir fahren nach Deutschland / nach Berlin.
(Het evenement) ........ wurde abgesagt.

die Veranstaltung: evenement / manifestatie
(manifestatie ook: die Kundgebung, die Demonstration)
die Anstalt (die Institution): instelling
die Verwaltung: administratie / kantoorafdeling
das Ereignis: gebeurtenis
(Wat is er vandaag op tv?)
Was gibt es heute ........ ?

das Fernsehen: de televisie (het programma, de organisatie)
Heute gibt es (+ 4e naamval) einen tollen Film im Fernsehen.
der Fernseher, das Fernsehgerät: het tv-toestel
Auf dem alten Fernseher meiner Oma (steht eine Lampe): bovenop de tv (staat een lamp).
Een vertaling van wat is er?: Was gibt es?
Was gibt es heute zu essen?
Wie viel kosten die Klavierstunden (van je) ........ Schwester?
de pianolessen: onderwerp, 1e naamval
van je zus: deiner Schwester, 2e naamval vrouwelijk
deine: 1e en 4e naamval vrouwelijk
dein/deinen: niet bij een vrouwelijk woord
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |