|
8073 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Wir fahren nie ohne ........ Hund in die Ferien.

der/ein Hund: mannelijk dier (vrouwelijk: die Hündin)
ohne: voorzetsel met de 4e naamval
der/(m)ein/unser Hund (1e naamval)
4e naamval: ohne den/(m)einen/unseren Hund
unserem: 3e naamval - Das ist der Platz von unserem Hund.
fahren + in: er volgt de 4e naamval
die Ferien (altijd meervoud): (school)vakantie
Gestern hat es beim Nachbarn gebrannt.
Glücklicherweise konnte die Feuerwehr den Brand schnell ........ .
löschen: blussen
einen Brand stiften / legen: brand stichten
ausmachen: uitschakelen (bijvoorbeeld: das Licht ausmachen/ausschalten)
Het werkwoord löschen wordt ook gebruikt voor het lessen van dorst (den Durst löschen) en voor het ontladen van een schip/vrachtwagen (lossen).
Ik heb een vraag over deze rekening.
Wie gaat hierover?: ........ .
zuständig sein: verantwoordelijk voor een bepaalde aangelegenheid, het hoort bij het takenpakket van de medewerker
Wer geht darüber?: Wie gaat naar de (over)kant?
Daarover/hierover: Darüber/hierüber mache ich mir keine Sorgen.
Wer geht dafür?: Geen correcte zin.
Wie = op welke manier, hoe.
........ sind Sie?

Sie: onderwerp
Wer?: Nederlands 'wie'?
Wer: vraagt naar het onderwerp (1e naamval). Wer ist am Telefon?
Wen: vraagt naar het lijdend voorwerp, 4e naamval.
Wen haben Sie gesehen? Wen möchten Sie sprechen?
Wem: 3e naamval, vraagt naar het meewerkend voorwerp.
Wem (aan wie) hast du das (lijdend voorwerp) gegeben?
Wie geht es Ihnen? Hoe gaat het met u?
Wie heißen Sie?: Hoe heet u?
Geen correcte zin: Wie sind Sie? = hoe bent u? Wel: Wie sind sie hierher gereist?
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |