7620 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 21-07-2026 (niveau 2)



eerdere test 21 JUL geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 21-07-2026 zo ingevuld:



Die Wörter Sand, Strand und Käse sind ........ .



8 % (afgerond)sächlich
14 % (afgerond)weiblich
64 % (afgerond)männlich 
14 % (afgerond)respektive männlich, weiblich, sächlich

Deze voor Nederlanders belangrijke woorden zijn in het Duits mannelijk. 


Zie ook de pagina Zelfstandige naamwoorden.



Wie sagt man das auf Deutsch?

 



5 % (afgerond)Den Zweck heiligt das Mittel.
8 % (afgerond)Den Ziel heiligt die Mittel.
6 % (afgerond)Das Ziel heiligt die Mittels.
80 % (afgerond)Der Zweck heiligt die Mittel. 

Der Zweck [tswek] is onderwerp: het doel/de bedoeling waarvoor iets dient.

Es hat keinen Zweck, es ist zwecklos: het haalt niets uit / heeft geen effect.

das Ziel: finish (sport), doel/doelstelling waar men naartoe werkt

das Mittel - die Mittel: onzijdige en mannelijke woorden met de uitgang -el krijgen geen extra uitgang in het meervoud (behalve -n in de 3e naamval meervoud)

 

Der Zweck en das Ziel zijn qua betekenis aan elkaar verwant, maar deze zin is de standaarduitdrukking. (Zie ook menupagina: Spreektaal - vaste uitdrukkingen.)


Zie ook de pagina weetwoorden I.



Während   ........ Pause gab es im Fitnessclub Getränke an der Bar.

 



16 % (afgerond)die
79 % (afgerond)der 
5 % (afgerond)den

die Pause: uitgang -e, dus vrouwelijk

während = tijdens: In deze zin voorzetsel met de 2e (tegenwoordig ook 3e) naamval.

Voor beide naamvallen (vrouwelijk) geldt: während der Pause.

De -s bij tijdens wijst op de 2e naamval in het vroegere Nederlands: ten tijde van.

 

Während is tevens een voegwoord en betekent dan terwijl: Ich bin ein ruhiger Mensch, während mein Bruder eher lebhaft ist.


Zie ook de pagina met 2e naamval.



Niemand (durft) ........ noch ein Wort zu sagen.



80 % (afgerond)traut sich 
3 % (afgerond)mag
16 % (afgerond)darf

Werkwoord sich trauen: durven, de moed hebben.

Bij enig risico ook: sich wagen (etwas wagen: een risico nemen. Wer nicht wagt, der nicht gewinnt.)

Niemand/Keiner heeft de zelfde werkwoordsvorm als er/sie/es/man.

darf (werkwoord dürfen): toestemming hebben

mag (werkwoord mögen): houden van, lusten


Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



TOTAALRESULTAAT:
76% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß