|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Die Fähre fährt (heen en weer) ........ .
hüben und drüben: aan deze kant en aan de overkant
hin und wieder: soms, af en toe (ab und zu)
drauf und dran: op het punt staan om iets te doen
hin und weg sein: shockverliefd, laaiend enthousiast
hier und da: her en der
Der Pass ist abgelaufen.
Du musst ........ Pass beantragen.

Der Pass bestaat uit de stam van het werkwoord passen/passieren: deze woorden zijn overwegend mannelijk.
einen Pass (beantragen: aanvragen): lijdend voorwerp, 4e naamval
1e naamval mannelijk: der neue Pass/ein neuer Pass
2e der Antrag des/eines neuen Passes
3e mit dem/einem neuen Pass
4e ich beantrage den/einen neuen Pass.
Dus bij mannelijke woorden alleen in de 1e naamval geen -n.
(Lusten jullie geen spruitjes?) ........ ihr keinen Rosenkohl?

Het werkwoord mögen (lusten, houden van) is onregelmatig:
ich mag - wir mögen - ihr mögt - sie mögen.
De vorm van ihr wijkt bij alle werkwoorden af van de andere meervoudsvormen, ook in de verleden tijd.
Als je iets niet lust, zelfs 'vies' vindt, kun je zeggen "Igitt / Igittigitt", of "Pfuiteufel" [pfoeitoifel].
Für sein Spargeld bekommt man heutzutage fast keine ........ .

die Zinsen: opbrengst op spaartegoeden (meervoud omdat het bedrag bedoeld wordt)
der Zins/der Zinssatz: rente/rentevoet uitgedrukt in % (in Prozenten)
die Zeile: regel (van een tekst)
die Rente: pensioen
die Zölle: invoerrechten (der Zoll: de heffing, maar ook de douane-instantie)
tol voor bruggen en wegen: die Maut
fast: bijna (beinahe)
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |