|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Das Gras (groeit) ........ nicht schneller, wenn man daran zieht.
(Konfuzius)
groeien: wachsen - wuchs - gewachsen
Denk aan het gewas: das Gewächs.
volwassen: erwachsen
Sterke werkwoorden met -a- krijgen bij du/er, sie, es een umlaut:
Das Kind wächst schnell. Er schläft tief. Der Zug fährt ab.
Nach dem meteorologischen Kalender fängt ........ Sommer am 1. Juni an.

De namen van jaargetijden zijn mannelijk:
der Frühling, der Herbst, der Winter.
In deze zin is Sommer onderwerp.
foto: dreamstime
Der Beispielsatz steht auf Seite 3.
Ingrid, ........ Satz bitte mal vor.

lesen - du liest, er/sie liest
Ingrid = du: onderwerp, dus tegen Ingrid zeg je 'jij': Lies bitte!
Frau Meyer, lesen Sie bitte
der Satz: mannelijk woord (zie eerste zin), hier lijdend voorwerp, dus 4e naamval: den Satz
Der Satz bestaat uit de stam van het werkwoord sich setzen (gaan zitten); deze woorden zijn overwegend mannelijk.
Ook de uitgang -tz duidt op een mannelijk woord, zoals ook:
der Platz, der Schatz, der Blitz, der Sitz, der Witz.
Der Eintritt war umsonst.
De betekenis van umsonst in deze zin: ........ .
umsonst: gratis, voor niets; ook: der Eintritt ist frei / kostenlos
Een tweede betekenis is tevergeefs: Ich bin umsonst gekommen, der Laden hatte geschlossen.
onmogelijk: unmöglich
ontzegd: verwehrt, verboten
gesloten: geschlossen
der Eintritt: de toegang, de entree (ticket)
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |