9643 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie



Antwoorden van 19-04-2024 (niveau 2)



eerdere test 19 APR latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 19-04-2024 zo ingevuld:



Die Zugspitze ist mit 2962 Metern ........ Berg Deutschlands.

 

   


10 % (afgerond)der höchsten
15 % (afgerond)den höchsten
6 % (afgerond)den höchste
69 % (afgerond)der höchste 

die Zugspitze (onderwerp) = der Berg

Door het koppelwerkwoord staan beide in de 1e naamval.

 

Der höchste Berg: na der, die, das krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd de uitgang -e

Dat geldt dus voor alle woorden in de 1e naamval enkelvoud en bij vrouwelijk en onzijdig ook in de 4e naamval.



Zie ook de pagina na der/die/das-groep.



(Vraag aan een groep jongeren: 'Wie van jullie komen uit Duitsland?')

 

........ aus Deutschland?

 


8 % (afgerond)Wer von ihnen kommt
3 % (afgerond)Wen von euch kommen
85 % (afgerond)Wer von euch kommt 
3 % (afgerond)Wer von euch kommen

wer? (1e naamval) = wie?

van jullie: von (3e naamval) euch

(de 4e naamval van jullie is eveneens euch)

 

Ook als er naar meerdere personen gevraagd wordt, volgt na Wer? het werkwoord in het enkelvoud.

Wie komen er allemaal mee?: Wer kommt alles mit?

Wen?: vraagt naar het lijdend voorwerp - wen hast du getroffen?



Zie ook de pagina persoonlijk vnw..



Wat moet ik haar toch geven? Ze heeft alles al!

 

Was ........ ich ihr denn schenken? Sie hat ja schon alles!

 

        


4 % (afgerond)muss
86 % (afgerond)soll 
10 % (afgerond)kann

Hier is sprake van twijfel: moeten wordt dan vertaald met sollen.

 

Ich weiß nicht, was ich tun soll. 

Was soll das denn bedeuten?: Wat moet dat (nou) betekenen?

 

Het beroemde gedicht (en lied) over de Loreley begint met:

Ich weiß nicht, was soll es bedeuten ...



Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



Ich brauche Kleingeld für den Parkautomat.

Können Sie mir den Zehneuroschein ........ ?

 


12 % (afgerond)tauschen
77 % (afgerond)wechseln 
11 % (afgerond)umtauschen

wechseln: wisselen (geld)

das Wechselgeld

 

tauschen: ruilen (bijvoorbeeld een verzamelobject)

umtauschen: omruilen (een aankoop)

tauschen en umtauschen: wordt ook voor valuta gebruikt - Euro in Dollar (um)tauschen

austauschen: vervangen van een onderdeel (das Ersatzteil) / uitruilen



Zie ook de pagina lastige werkwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
80% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)








Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß