Er geht die Treppe ........ .
hinauf: naar boven gaan, stijgen etc.
nach droben: naar boven gaan = nach da oben, waarbij da het doel is, niet met een aanvulling zoals die Treppe
aufwärts: opwaarts
Es geht aufwärts: Er zit (een positieve) ontwikkeling in.
Der Weg geht aufwärts: omhoog - Der Weg steigt an, es geht nach oben.
........ Peter, wie geht es ........ Bruder?
Een briefaanhef staat in de 1e naamval.
Peter is een mannelijk persoon: der Peter - Lieber Peter.
Wie geht es + 3e naamval: wie geht es dir/ihr/ihm/deinem Bruder?
Mir geht es gut, es geht ihm / ihr gut.
Na de aanhef (dus na de komma) begin je in het Duits met een kleine letter.
(Is je broer op de hoogte?)
........ dein Bruder Bescheid?
wissen:
ich weiß
du weißt
dein Bruder - er, sie, es, man, jeder weiß
wir wissen - ihr wisst - sie/Sie wissen
Für das Spendengeld haben wir schon eine gute (besteding) ........ gefunden.
die Verwendung: besteding, aanwending
der Gebrauch: het gebruik(en) van voorwerpen of woorden
die Zugabe: de toegift
die Zuwendung: toewijding, aandacht; ook: financiële toelage
die Spende: donatie