MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 02-02-2026 (niveau 2)



eerdere test 02 FEB geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 02-02-2026 zo ingevuld:



Die Verkehrsregel lautet:

Bei Rot ........ man die Straße nicht überqueren.

 



24 % (afgerond)soll
2 % (afgerond)muss
1 % (afgerond)mag
73 % (afgerond)darf 

dürfen: mogen (toestemming hebben)

Man darf nicht: het is volgens de wet verboden, je kunt een boete krijgen.

sollen: moeten op grond van een opdracht - Meine Mutter hat gesagt, ich soll warten.

mögen: graag mogen, willen

müssen: noodzaak - Ich muss mich beeilen, sonst komme ich zu spät.

 

De verschillende toepassingen van sollen zijn lastig te onderscheiden.

Man soll nicht: men behoort niet. Het klinkt weliswaar als een 'bevel' maar in combinatie met man behelst het een algemene regel. Man soll nicht lügen: je hoort niet te liegen.


Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



(Nederlandse vrouwen) ........ haben oft einen Teilzeitjob.



3 % (afgerond)Niederländerin
72 % (afgerond)Niederländerinnen 
26 % (afgerond)Niederländerinen

Die Niederländerin - die Niederländerinnen, volgens de hoofdregel meervoud:

vrouwelijke woorden krijgen -en (Frauen) of -n (Regeln, Nummern).

Eindigt het woord met de vrouwelijke uitgang -in dan is het meervoud + -nen. Die Lehrerin - die Lehrerinnen.


Zie ook de pagina meervoud.



Der Bahnhof ist an der Hauptstraße.

Wir wohnen gegenüber  ........ Bahnhof.



3 % (afgerond)der
68 % (afgerond)dem 
29 % (afgerond)den

gegenüber: voorzetsel met de 3e naamval

der Bahnhof - gegenüber dem Bahnhof

Het voorzetsel kan ook achter staan: Ich sitze dir gegenüber. 


Zie ook de pagina met 3e naamval.



Nach dem Wahlsieg dieser Partei stand in einer deutschen Zeitung:

"Im niederländischen Fernsehen sprachen Kommentatoren von einem 'historischen (resultaat) ........ '. "



66 % (afgerond)Ergebnis 
1 % (afgerond)Anstalt
32 % (afgerond)Ereignis
1 % (afgerond)Aufwand

das Ergebnis: resultaat, uitkomst - Das Ergebnis einer Rechenaufgabe.

das Ereignis: de gebeurtenis

der Aufwand: de materiële en/of fysieke inspanning voor een doel

die Anstalt: instelling overheid, onderwijs of zorg


Zie ook de pagina weetwoorden I.



TOTAALRESULTAAT:
70% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch