(We gaan morgen met vakantie) ........ nach Berlin.

gehen = lopen, niet om de toekomst uit te drukken;
gaan met een vervoermiddel: (in Urlaub /in die Ferien) fahren, fliegen.
Als je niet op reis gaat, maar wel vakantie hebt: Ich habe Urlaub/Ferien. Ich mache Urlaub.
Der Urlaub: met name vakantie voor werknemers.
Schoolvakantie: die (Schul)Ferien (altijd meervoud), ook algemeen voor vakantie.
Een betekenis van die Büchse is ........ .
Die Büchse en die Dose zijn 'valse vriendjes': woorden die op een Nederlands woord lijken maar iets anders betekenen.
Het blikje conserven: die Büchse, die Dose. Beide woorden zijn gebruikelijk.
Voor 'blikje Cola' e.d. kan echter alleen 'die Dose'. Dus bij twijfel: die Dose.
Doos: die Schachtel / der Karton.
de boeken: die Bücher
de beuk (boom): die Buche
tweede betekenis van die Büchse: het (jacht)geweer (buks)
........ Planet Merkur ist (durchschnittlich) fast 150 Millionen Kilometer von der Erde entfernt, wenn ........ erdnah und nicht hinter der Sonne ist.
Woorden uit het Latijn of Grieks met de uitgang -t zijn overwegend mannelijk (maar er is ook een groepje veel gebruikte onzijdige woorden: das Instrument, das Insekt, das Produkt, das Projekt en enkele meer).
Der Planet en er zijn onderwerp.
Das neue Handy ist super!
Ich gehe nie aus dem Haus ohne ........ Handy.
Onzijdige woorden hebben in de 1e en 4e naamval dezelfde vorm:
Das/ein/mein Handy (das Telefon, das Foto) is in in de eerste zin onderwerp, dus 1e naamval.
In zin 2 is Handy 4e naamval: ohne mein Handy.
meines = 2e naamval - Das ist die Nummer meines Handys.
meinem = 3e naamval - Das ist das Etui von meinem Handy.