Sie hat ........ gebeten, das Paket zur Postannahme zu bringen.
![]()
bitten - bat - gebeten: werkwoord met vaste 4e naamval
In het Duits combineren enkele werkwoorden standaard met de 4e naamval, waar het in het Nederlands om een meewerkend voorwerp gaat: fragen, bitten, kosten, lehren (doceren).
Er staan dan eventueel twee zinsdelen in de 4e naamval in een zin.
Die Schnapszahl: ........ .

Waarschijnlijk afkomstig van de 'spelregel' dat je bij een score van 11, 22, 33, 111 etc. een borrel moest drinken of een rondje moest geven. Een 2e verklaring: misschien omdat je dan alles dubbel ziet :)
Behoort bij de 'cijfermagie' waarbij men de getallen bepaalde betekenissen of zelfs 'krachten' toedicht.
Het carnavalsgetal 11: start op de 11e van de 11e maand om 11 uur 11.
Das Schiff fährt ........ Küste entlang.

Indien entlang achter het zelfstandig naamwoord staat gaat het samen met de 4e naamval: die Straße entlang, den Fluss entlang fahren/gehen.
Dit voorzetsel wordt tegenwoordig vaak vóór het zelfstandig naamwoord gebruikt met de 2e, soms 3e naamval: Wir liefen entlang der Küste. Entlang des Weges stehen Bäume.
Vaak wordt het gecombineerd met an + 3e naamval: Wir liefen am Strand entlang. De naamval richt zich dan naar an: waar liepen wij?
foto: Mario Hildebrandt, Adler & Eils Gmbh & Co
Je biedt een Duitse gast een borrel aan. De gast reageert met:
"Da mache ich mir nichts draus." : ........
Daraus mache ich mir nichts. Ich mache mir nichts aus .... (Süßgkeiten/Luxus/...): Ik hoef het niet. / Dat is niet mijn ding.
Daar bak ik niets van.: Darin bin ich nicht gut. Das habe ich nicht drauf.
Dat maakt me niets uit: Das ist mir egal. / Das stört mich nicht.
Dat trek ik niet: Das packe ich nicht, Das schaffe ich nicht.