MOB-versie | Naar grote versie



weetwoorden II

Vaak kun je de betekenis van een woord uit de context afleiden, toch is het handig een aantal weetwoorden achter de hand te hebben.

Als je ze niet weet, kun je ze altijd nog opzoeken in www.uitmuntend.de bijvoorbeeld.


Absicht, die het vooropgezet plan, de bedoeling hebben om..
Ampel, die het verkeerslicht

Anhalter, der /

per Anhalter fahren (ook: trampen)

de lift (gratis meerijden), liften
Anzeige, die de advertentie / de aangifte (politie)
Ausflug, der het uitstapje
Ausbildung, die de opleiding
Auskunft, die de informatie/inlichting
Ausnahme, die de uitzondering
Auskommen, das voldoende inkomen (om rond te komen)
Aufzug, der de lift
Bahn, die de spoorwegen (bedrijf/trein), de rijbaan
Bahnsteig, der het perron
Beispiel, das (zum) het voorbeeld (bij voorbeeld)
Begründung, die de beredenering, motivatie
Bestätigung, die de bevestiging
Buchstabe, der de letter (van het alfabet)
Beziehung, die de relatie / verhouding
Einladung, die de uitnodiging
Entfernung, die de afstand
Erholung, die de ontspanning
Erlebnis, das de belevenis
Erfolg, der het succes
Ergebnis, das de uitkomst
Ernährung, die de voeding
Ersatz, der

de vervanging (voorwerp)

Ersatzteil, das: onderdeel

Erzählung, die de vertelling, het verhaal
Erziehung, die de opvoeding
Entrüstung, die de verontwaardiging
Enttäuschung, die de teleurstelling
Fehler, der de fout
Forderung, die de eis
Forschung, die het wetenschappelijk onderzoek
Friseur, der de kapper
Führerschein, der het rijbewijs
Führung, die de (rond)leiding

Gegend, die de regio, buurt
Gegenstand, der het voorwerp
Gehalt, das het salaris
Gerät, das het apparaat
Geschäft, das de zaak, de winkel (ook alg. voor bedrijf)
Geschehen, das de gebeurtenis
Geschirr, das het serviesgoed, het vaatwerk
Geschwister, die de broer(s) en/of zus(sen)
Geschwindigkeit, die de snelheid
Gesellschaft, die de maatschappij
Gewürz, das het kruid, de specerij
Gleis, das het spoor, het perron
Größe, die de maat (kleding), lengte (lichaam), grootte
Grund, der de reden
Handy, das het mobieltje
Herausforderung, die de uitdaging
Hochzeit, die de bruiloft
Irrtum, der de vergissing

Jahrhundert, das de eeuw
Kino, das de bioscoop
Kneipe, die de kroeg
Konto, das de bankrekening
Körper, der het lichaam
Kunde, der de klant
Laden, der de winkel
Lager, das de voorraadruimte (magazijn)
Leistung, die prestatie

Märchen, das het sprookje
Meer, das de zee, de oceaan
Miete, die de huur
Müll, der het afval / vuilnis
Muskel, der de spier (spierpijn: Muskelkater, der)


Nachhaltigkeit, die de duurzaamheid
Nachhilfe, die de bijles
Nahrung, die het voedsel
Name, der de naam
Note, die het cijfer, de muzieknoot
Nudeln, die (meervoud) de pasta, de mie
Ort. der de plaats, de stad, het dorp
Ostern Pasen
Panne, die de pech (auto, motor, fiets)/fout gelopen zaak
Quelle, die de bron
Raststätte, die het wegrestaurant
Rechner, der de computer
Sahne, die de room
Schalter, der het loket
Schrank, der de kast
Schranke, die de slagboom
Schlittschuhe, die (mv) de schaatsen
Schlussfolgerung, die de (eind)conclusie
Schutz, der de bescherming
Schauspieler, der de toneelspeler, acteur
Schild, das het bord (verkeer, informatie)
See, der (der Bodensee) het meer (het Bodenmeer)
See, die (die Nordsee) de zee (de Noordzee)
Spaziergang, der de wandeling
Spende, die donatie/gift
Silvester oud- en nieuwjaar
Stau, der de file
Stelle, die de baan (werk)
Steuer, die de belasting
Steuer, das  het stuur
Stirn, die het voorhoofd
Sucht, die de verslaving (alcohol e.d.)
Umfrage, die de enquête
Umwelt, die het milieu
Umzug, der de verhuizing
Unterricht, der de les, het onderwijs
Urlaub, der het verlof, de vakantie
Teppich, der het tapijt
Verbrechen, das de misdaad
Verhältnis, das de relatie, de verhouding
Verwandtschaft, die de familie
Wahl, die de keuze
Weihnachten Kerstmis
Wettbewerb, der de wedstrijd, de concurrentie
Zeichen, das het teken
Zeugnis, das het rapport
Zug, der de trein/de zet (bordspel)/de trek (sigaret)/tocht (koude wind)
Zutaten, die (mv.) de ingrediënten