"Ich bin da irgendwie reingerutscht": ........ .
In irgendwas reinrutschen: onbedoeld in een situatie belanden / ergens 'inrollen'.
'Van lieverlee' in een beroep of de misdaad terechtkomen.
Ook: in etwas hineingeraten (geraken).
uitgegleden: ausgerutscht
ingetrapt: reingetreten (letterlijk, bijv. in hondenpoep)
ergens intrappen/instinken: auf etwas hereinfallen
Der Text ist eine Erläuterung der wissenschaftlichen These (stelling).
(die) Erläuterung: ........
die Erläuterung: toelichting met verklaringen en meestal voorbeelden
werkwoord: erläutern
gevolgtrekking: die Schlussfolgerung / die Folgerung
bewering: die Behauptung
relativering: die Relativierung
In ........ Nacht hat es stark geregnet.
die Nacht: vrouwelijk woord met de uitgang -t
in der Nacht: tijdsbepalingen (wanneer? hoe vaak?) met voorzetsel staan in de 3e naamval
Wegen ........ Krankheit ist er zwei Wochen nicht hier gewesen.
wegen (wegens / op grond van): voorzetsel met de 2e naamval (of 3e naamval in spreektaal);
die Krankheit eindigt op -heit, dus een vrouwelijk woord: wegen seiner Krankheit (2e en 3e naamval vrouwelijk hebben dezelfde vorm).
Sein-em / sein-en: mannelijke of onzijdige vervoeging.