MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 27-03-2025 (niveau 3)



eerdere test 27 MRT latere test
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 27-03-2025 zo ingevuld:



Der Schnellimbiss auf dem Campingplatz ist geschlossen, aber ........ Dorf gibt es auch ........  Schnellimbiss.



79 % (afgerond)im, einen 
8 % (afgerond)ins, ein
12 % (afgerond)im, ein

Vertaling van er is:

es gibt: gevolgd door de 4e naamval

Es gibt einen Schnellimbiss.

es ist: gevolgd door de 1e naamval

Es ist ein Schnellimbiss im Dorf. Im Dorf ist ein Schnellimbiss.

Waar is de snackbar? im Dorf (3e naamval)

 

Der (Schnell)Imbiss: stam van een werkwoord. Dat zijn overwegend mannelijke woorden.


Zie ook de pagina Overzicht Duitse Grammatica (extra tips).



Den untrainierten Teilnehmern am 4-Tage Marsch taten bald (de kuiten) ........ weh.

 



24 % (afgerond)die Fersen
3 % (afgerond)die Oberschenkel
2 % (afgerond)die Stirnen
70 % (afgerond)die Waden 

die Ferse: hiel

der Oberschenkel: dijbeen

der Unterschenkel: onderbeen, onderdij

die Stirn: voorhoofd

 

die Wade - die Waden: onderwerp

Es tut mir weh - den untrainierten Teilnehmern: meewerkend voorwerp, 3e naamval (hier meervoud: alle woorden met uitgang -n)


Zie ook de pagina Woordenschat, thematisch.



(Citaat van de 19e eeuwse Duitse filosoof Schopenhauer)

Das Problem der Deutschen ist, dass sie, was vor ........ Füßen liegt, in ........ Wolken suchen.

 

   



20 % (afgerond)ihren, die
6 % (afgerond)ihre, den
70 % (afgerond)ihren, den 
4 % (afgerond)ihre, die

Vor ... liegt: waar ligt het? Rust, dus 3e naamval.

Vor ihren Füßen.

In den Wolken suchen: waar zoeken zij? Eveneens 3e naamval.

3e naamval meervoud: alle onderdelen van de woordgroep krijgen de uitgang -n.

 

Schopenhauer bedoelde (toen al :)) dat Duitsers zich mogen realiseren dat hun realiteit zo slecht niet is.

 

 

 

 

Gemälde von René Margritte


Zie ook de pagina met 3e/4e naamval.



Sie haben eine Verabredung ausgemacht: ........



2 % (afgerond)Ze hebben hun relatie beëindigd.
5 % (afgerond)Ze hebben hun afspraak verplaatst.
15 % (afgerond)Ze hebben een overeenkomst opgezegd.
78 % (afgerond)Ze hebben een afspraak gemaakt. 

etwas (mit einander) ausmachen: afspreken / overeenkomen

In deze zin: ze hebben een ontmoeting afgesproken.

Formeel: Wir haben einen Termin ausgemacht/vereinbart.

 

een overeenkomst maken: eine Übereinkunft treffen (na overleg overeenkomen) / einen Vertrag, eine Vereinbarung machen

een (privé)relatie beëindigen: Schluss machen (mit jemandem)

zakelijk: die Beziehung abbrechen

afspraak/datum e.d. verplaatsen: verschieben

opzeggen (baan, abonnement): kündigen


Zie ook de pagina weetwoorden I.



TOTAALRESULTAAT:
75% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch