"Es ist kein Brot mehr da."
"Das macht nichts, ich habe (toch al / trouwens toch) ........ keinen Hunger."
sowieso: toch al, hoe dan ook, in elk geval
Het wordt ook in het Nederlands gebezigd.
unbedingt: per se
überhaupt: versterkend (helemaal / totaal / geheel)
trotzdem: desondanks
Ich möchte bitte ........ Rotwein.
der (Rot)Wein, hier lijdend voorwerp
Ich möchte ein Glas Rotwein: das/ein Glas = 1e en 4e naamval onzijdig.
Meine Uroma ........ 1904 geboren. Sie ........ Margaretha.
werden - wurde - ist geworden
heißen - hieß - hat geheißen
würde: zou worden (aanvoegende wijs)
die Uroma: overgrootmoeder
Een betekenis van der Antrag is ........ .
Einen Antrag bei der Gemeinde einreichen: een aanvraag indienen voor bijv. een parkeervergunning. Werkwoord: beantragen.
Ook aanzoek: der Antrag (letterlijk 'een verzoek(schrift) an jemanden 'herantragen'). Sie macht ihm einen Heiratsantrag (huwelijksaanzoek).
aanvraag (verzoek om informatie): die Anfrage
aanvaarding: die Akzeptanz, die Anerkennung
aanbieding: das Angebot