MOB-versie | Naar grote versie






-er -st: vergelijking

Met bijvoeglijke naamwoorden kun je vergelijkingen maken. Dat gaat in het Duits bijna net zo als in het Nederlands:

  • schnell - schneller - (am) schnellst(en)
  • schön - schöner - (am) schönst(en

Opmerking:

  • schnellst = snelste (de snelste jongen van de klas)
  • am schnellsten = het snelst (Wie van jullie is het snelst?)

 

Onregelmatig

Enkele veel gebruikte bijvoeglijke naamwoorden zijn onregelmatig
(net als in het Nederlands en Engels):

  • gut - besser - am besten
  • viel - mehr - am meisten
  • gern - lieberam liebsten

 

Veel bijvoeglijke naamwoorden krijgen een umlaut

Maar... alleen a, o, kunnen een umlaut krijgen.

  • arm - ärmer - am ärmsten
  • dumm - dümmer -am dümmsten
  • hoch - höher - am höchsten     
  • jung - jünger - am jüngsten
  • kurz - kürzer - am kürzesten    
  • nah - näher - am nächsten   

Lijst zonder Umlaut:

https://quizlet.com/102512611/adjektive-ohne-umlaut-im-komparativ-und-superlativ-flash-cards/

 

 

als / wie

Bij vergelijkende zinnen wordt een verschil gemaakt tussen als en wie:

  • Gisela ist genauso alt wie Liane.
  • Annette ist jünger als Uschi.

Maar net als in het Nederlands bij als en dan wordt dat in de spreektaal nauwelijks nog toegepast. Een zin als ‘Der Turm ist höher wie das Hochhaus’ is bij het spreken dan ook niet meer fout. 
Geschreven moet het wel zijn: 'Der Turm ist höher als das Hochhaus'.

 

Zie ook bij 'Twijfelwoorden': als / wie.