|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Briefaanhef:
Sehr ........ Herr Bergmann,
Een briefaanhef staat in de 1e naamval.
Als er geen (lid)woord voor staat krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang van der:
Sehr geehrter Herr,
Na de komma begint de brief met een kleine letter. Een uitroepteken (das Ausrufezeichen) na de naam is niet meer gebruikelijk.
Die Gruppe Silbermond singt:
Ich habe (een) ........ Schatz gefunden und (die) ........ trägt (jouw) ........ Namen.

ich: onderwerp in deel 1 (Ich habe gefunden)
Schatz is lijdend voorwerp: einen Schatz
Na und begint een 2e zin met Schatz als onderwerp:
Der Schatz trägt deinen Namen = lijdend voorwerp.
der Schatz: mannelijk woord, stam van het werkwoord (schätzen)
Andere woorden met de uitgang -tz: der Platz, der Satz, der Blitz, der Sitz, der Witz.
der Name: bijzondere vervoeging
des Namens
dem Namen
den Namen
"Wenn ich (had gewild) ........ , dass du es verstehst, (had) ........ ich es besser erklärt."
(Johan Cruijff)
Als ik had gewild dat je het begrijpt, dan had ik het wel beter uitgelegd.
Wenn ich gewollt hätte, dass du es verstehst, hätte ich es besser erklärt.
Beide werkwoordgroepen staan in de conjunctief/aanvoegende wijs (verleden tijd).
Er bestaat geen onderscheidende conjunctiefvorm van wollen.
De pure vorm is: wollte, net als de verleden tijd, dus zonder umlaut. Voor de duidelijkheid worden deze werkwoorden in de conjunctief meestal als voltooid deelwoord met würde, hätte, wäre uitgedrukt.
Diese Argumentation ist abwegig.
Deze argumentatie is ........ .
abwegig: vergezocht
auf Abwegen sein: op een dwaalspoor zijn, van de weg afkomen
sluitende argumentatie: schlüssige Argumentation
tegenstrijdig: sich widersprechend
afgewogen: ausgewogen
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |