7476 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 03-11-2026 (niveau 1)



eerdere test 03 NOV geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 03-11-2026 zo ingevuld:



Sie sorgt gut ........ kleinen Bruder.

 

     



87 % (afgerond)für ihren 
8 % (afgerond)für ihr
2 % (afgerond)vor ihrem
3 % (afgerond)vor ihren

für = voor iets of iemand, ten behoeve van / bedoeld voor, voorzetsel met de 4e naamval.

Ich tue das gern für dich. Ich habe ein Geschenk für meinen Vater.

 

vor: plaats- of tijdsbepaling - vor dem Haus, vor einer Stunde


Zie ook de pagina met 4e naamval.



Ein vollständiges Besteck besteht aus einem Messer, einem Löffel und  ........ .

 



2 % (afgerond)einer Gurke
1 % (afgerond)einem Spachtel
7 % (afgerond)einer Forke
91 % (afgerond)einer Gabel 

die Gabel: de vork; een Gabelstapler is een vorkheftruck

die Forke: mestvork

die Gurke: komkommer

der Spachtel: spatel / schraper

 

Das Besteck besteht aus (+ 3e naamval) einer Gabel und einem Löffel.


Zie ook de pagina Woordenschat, thematisch.



Wat is er met jou aan de hand?: ........



4 % (afgerond)Was ist mit dich los?
Was ist mit deiner Hand?
87 % (afgerond)Was ist mit dir los? 
9 % (afgerond)Was ist los?

Was ist mit dir los: Wat heb je? Wat is er met jou?

Was ist mit: moet aangevuld worden met de 3e naamval, bijvoorbeeld dir / ihm / Ihnen.

Mit dich (4e) is dus nooit correct.

 

Was ist los?: Wat gebeurt er? Wat is er aan de hand? Dus niet m.b.t. de aangesproken persoon.

Was ist mit deiner Hand?: wat is er met je hand / wat heb je aan je hand?


Zie ook de pagina standaardzinnen N-D.



........ sind Sie?

 



4 % (afgerond)Wem
86 % (afgerond)Wer 
4 % (afgerond)Wen
6 %Wie

Sie: onderwerp

Wer?: Nederlands 'wie'?

Wer: vraagt naar het onderwerp (1e naamval). Wer ist am Telefon?

 

Wen: vraagt naar het lijdend voorwerp, 4e naamval.

Wen haben Sie gesehen? Wen möchten Sie sprechen?

 

Wem: 3e naamval, vraagt naar het meewerkend voorwerp.

Wem (aan wie) hast du das (lijdend voorwerp) gegeben?

 

Wie geht es Ihnen? Hoe gaat het met u?

Wie heißen Sie?: Hoe heet u?

Geen correcte zin: Wie sind Sie? = hoe bent u? Wel: Wie sind sie hierher gereist?


Zie ook de pagina vraagwoorden / vragende voornaamwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
88% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß