Wir fahren in den Ferien ........ Schweiz.

Enkele landen hebben in het Duits een lidwoord: die Schweiz, die Türkei, die Ukraine / die Niederlande, die USA (meervoud).
Rijden naar vertaal je dan met: in die Schweiz, in die Türkei fahren en
in die Niederlande fahren, in die USA fliegen.
fahren + in: 4e naamval (net als gehen + in: ins Kino gehen)
Nach (+3e naamval) gebruik je voor steden en landen zonder lidwoord. Wir fahren nach Köln, wir fliegen nach Italien.
Zu (+3e naamval): naar personen en bepaalde plekken/gelegenheden. Wir fahren zu meiner Oma. Ich gehe zum Zahnarzt. Wir gehen zum Markt, zur Kirmes.
in den Ferien (wanneer?)
In + tijdsbepalingen staan in de 3e naamval.
Hier meervoud: Alle onderdelen van de woordgroep krijgen de uitgang -n.
........ Wurf der Handballspielerin war sehr gut.

Der Wurf: oude stamvorm van het werkwoord werfen - warf - geworfen. Hier onderwerp: Der Wurf war gut.
Zelfstandige naamwoorden die uit de stam van een werkwoord bestaan zijn overwegend mannelijk: der Beruf, der Rauch, der Sprung, der Zufall en vele meer.
Wat is de betekenis van deze zin?

In de 16e eeuw werden Spaanse gewoonten aan het hof van Karel V ingevoerd, dat vond men vreemd en raar.
Algemeen voor 'wat een rare zaak, ik snap er niets van' ook:
Das sind für mich böhmische Dörfer. / Ich verstehe nur 'Bahnhof'.
Daar is geen woord Spaans bij: Das ist eine klare Ansage.
Dat klinkt als Spaans: Das klingt spanisch (spanische Sprache).
Dat lijkt me een Spaanse aangelegenheid: Das scheint mir eine spanische Angelegenheit zu sein.
Engelsen zeggen: "That's Greek to me“ – „Das kommt mir griechisch vor."
Wir beanspruchen einen größeren Teil des Gewinns.
beanspruchen: ........ .
We eisen / maken aanspraak op een groter deel van de winst.
der Anspruch, Anspruch erheben auf (+ 4e naamval)
afspreken: verabreden
beamen: bejahen, bestätigen
accepteren: akzeptieren