Die Polizei fordert die Passanten auf, (naar de kant) ........ zu gehen.

die Seite: zwei Seiten - diese, die andere, die rechte/linke Seite etc.
(ook: bladzijde)
zur Seite gehen / auf die Seite gehen: opzij gaan
auf der Seite sein: aan de kant zijn / op de bladzijde
Iets van twee kanten bekijken: etwas von zwei Seiten sehen. Auf der einen Seite / auf der anderen Seite.
die Kante: een fysieke kant/rand zoals die Tischkante, Uferkante
Etwas auf die hohe Kante legen: een appeltje voor de dorst (bewaren/geld sparen).
Der Glaube und der Friede sind (uitzonderingen) ........ von der Regel, dass Wörter mit der Endung -e weiblich sind.

Die Aussonderung: afzondering, iets apart nemen (productie: kapotte goederen eruit halen. Of andere vormen van 'afkeuren').
Die Auslese: de keuze van de beste(n), bijvoorbeeld 'die Elite'.
Wijn met predicaat 'Auslese'. (Die Weinlese: oogst van druiven voor de wijn). Denk aan: een uitgelezen kans (bijzonder goed/geschikt).
Die Ausnehmung: bestaat alleen in een specifieke technische betekenis.
De regel geldt voor ruim 90%: 'zaaknamen met de uitgang -e' zijn vrouwelijk. (LET OP de uitzondering: der Käse).
Der Glaube en der Friede behoren tot de groep mannelijke woorden met de uitgang -e (zie in menu bij 7x–n). De verreweg meeste woorden uit deze groep betreffen 'mannelijke benamingen' zoals der Junge, der Däne, der Löwe.
Dat komt me niet uit.
Das passt mir nicht: kun je bij afspraken gebruiken, maar ook als iets je niet zint.
Das macht mir nichts: dat doet me niets / raakt me niet.
Das kommt nicht hin (das haut nicht hin): dat lukt (zo) niet (technisch probleem of iets is te klein, te groot).
Er ist ........ guter Sportler.
Er = Sportler: het gaat om dezelfde persoon.
Dus geldt de regel 'hij = hij': beide woorden staan in de 1e naamval.
Koppelwerkwoord ist:
Der Mann ist ein Politiker. Ich bin ein guter Schüler.