Vielen Dank ........ Besuch.
für: voor/ten behoeve van een persoon/iets; er volgt de 4e naamval.
vor: 1 tijdsbepalingen - een maand geleden: vor einem Monat
2 plaatsbepalingen: das Auto steht vor der Tür.
der Besuch: stam van een werkwoord (besuch-en). Deze woorden zijn overwegend mannelijk. Net als der Betrag, der Besitz, der Beruf, dus bijvoorbeeld ook woorden die in het Nederlands onzijdig zijn.
........ April war auch voriges Jahr bereits sehr warm.

Namen van maanden zijn mannelijk.
Veel woorden die met data/tijd te maken hebben zijn manneljk:
der Monat, der Sommer (alle jaargetijden), der Tag (alle samenstellingen met -tag, der Nachmittag), der Abend, der Morgen, der Mittwoch.
Vrouwelijk: die Sekunde, die Minute, die Stunde, die Nacht.
Sie spendet das Geld für einen wohltätigen Zweck: ........
wohltätig (letterlijk: goed doen): liefdadig
weldadig: wohltuend
welzijn: das Wohlbefinden
der Zweck: doel / bestemming (waarvoor iets dient/nodig is)
doelstelling: die Zielsetzung
spenden: doneren - die Spende an das Rote Kreuz.
spendieren: uitgeven / trakteren - Ich spendiere eine Runde Eis (een ijsje voor iedereen). / Ich geb' einen aus (drankje).
(Auto)
Je länger die Knautschzone, desto besser ist man bei einem Aufprall geschützt.
die Knautschzone: ........
Hoe langer de 'kreukelzone' hoe beter de bescherming bij een botsing.
knautschen: kreukelen, verfrommelen
der Aufprall: smak/botsing
remweg: der Bremsweg
aanrijding: der Zusammenstoß, der Unfall
voetgangersgebied: die Fußgängerzone