(Kun) ........ du mir sagen, ob man hier schwimmen (mag) ........ ?

können, dürfen, mögen: onregelmatige vervoeging
ich kann - wir können
ich darf (mag = toestemming) - wir dürfen
ich mag (houd van) - wir mögen
könntest du: zou je kunnen (conjunctief)
afb. dreamstime.com
Dieser Schlüssel gehört nicht mir.
Ich habe ........ Hausschlüssel nicht verloren.
Der/dieser/mein Schlüssel: mannelijk, zie eerste zin.
Hier lijdend voorwerp (4e naamval): meinen Schlüssel.
Ich habe etwas verloren: in het Duits altijd in combinatie met haben.
Das gehört mir: behoort aan mij toe.
Das ist eine durchgezogene Linie.
Hier (mogen) ........ Autofahrer nicht überholen.

Dürfen en mögen zijn 'valse vriendjes': ze lijken op Nederlandse woorden maar hebben een andere betekenis.
dürfen = mogen (toestemming hebben) - Inhalen is hier verboden,
het mag niet: Es ist nicht erlaubt.
sollen: op gezag van iemand, niet gelijk aan 'bij de wet verboden'
mögen = lusten, houden van
mochten: verleden tijd van mögen
De uitspraak van die Linie: De -e wordt uitgesproken als met een trema in het Nederlands [lienië].
Worauf muss man bei der Aussprache dieser Wörter achten?
Die Aktie, die Arie (lied in een opera), die Linie, die Prämie, die Serie, die Studie (onderzoek).
Bij deze woorden dient de eind-e uitgesproken te worden alsof de letter (in het Nederlands) een trema zou hebben:
die Aktie [aktsië], die Studie [stoedië], die Serie [serië].
De klemtoon ligt bij alle woorden op de eerste lettergreep.