MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 15-07-2026 (niveau 3)



eerdere test 15 JUL geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 15-07-2026 zo ingevuld:



Der Verein wurde ........ Jahr 1926 (opgericht) ........ .

 

       



81 % (afgerond)im - gegründet 
13 % (afgerond)im - gestiftet
6 % (afgerond)in das - gegründet
in den - aufgerichtet

Im Jahr = tijdsbepaling met voorzetsel: 3e naamval.

(Je hoort ook wel eens 'im Jahre'. De -e is een oude verbuigingsvorm.)

 

gründen: stichten, oprichten van bijvoorbeeld verenigingen

stiften: doneren voor het oprichten van bijv. liefdadigheidsinstellingen

das Stift: kerkelijk georiënteerde gemeenschap/klooster waar (ook) niet-nonnen kunnen wonen

Das Hofje in Alkmaar wurde von reichen Familien gestiftet.

(sich) aufrichten: rechtop gaan staan / een hoog voorwerp rechtop zetten

oprecht: aufrichtig


Zie ook de pagina lastige werkwoorden.



Von Berlin aus fuhren wir in ........ Norden, Richtung Rügen.

 



8 % (afgerond)dem
88 % (afgerond)den 
1 % (afgerond)die
4 % (afgerond)das

der Norden: windrichtingen zijn mannelijk

fahren in: waarheen?, dus 4e naamval

(fahren + im: alleen in een zin als 'wir fahren im Kreis', dus een situatie zonder verandering)

 

Rügen is het grootste Duitse eiland. Het ligt in de Oostzee en is beroemd om zijn krijtrotsen.


Zie ook de pagina geslacht.



........ ihr, wie man das auf Deutsch sagt?

 

      



22 % (afgerond)Weißt
78 % (afgerond)Wisst 
Wissen

wissen - wusste -gewusst

ich weiß - du weißt - wir wissen - ihr wisst

 



Zie ook de pagina onregelmatig.



Als er an die Tür klopfte, rief der Beamte: ('Binnen!')  " ........ ". 



Nach drinnen!
15 % (afgerond)Hinein!
Nach innen
85 % (afgerond)Herein! 

Herein (kurz: 'rein'): naar binnen komen. Von draußen nach drinnen. Sie kommt ins Zimmer herein (vanaf de 'spreker' gezien').

hinein: erin  - Ich gehe in das Haus hinein.

hinaus: naar buiten gaan / 'Hinaus!': 'Eruit!'

Nach draußen gehen. 

heraus: naar buiten komen - Er kommt aus dem Haus heraus.

 

nach innen / nach außen: naar binnen/buiten gericht

Die Tür geht nach innen/außen auf. 

Wohin gehst du? – Wo gehst du hin?

Woher kommst du? – Wo kommst du her?


Zie ook de pagina Bijwoorden / voegwoorden / kommaregels.



TOTAALRESULTAAT:
83% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch