"Dat zou ik niet doen, als ik jou was." : ........ .
![]()
Deze zin staat in de conjunctief (aanvoegende wijs): würde - wäre
ich: onderwerp in beide delen van de zin
du: naamwoordelijk deel van het gezegde (dus ook 1e naamval)
Wenn ich du wärst: is fout omdat het onderwerp ich is (ich bin/wäre du).
wäre: aanvoegende wijs van het werkwoord sein (hier koppelwerkwoord):
Ich bin genauso wie du. - Ik ben net als jij.
Ich wäre gerne so wie du. - Ik zou graag zoals jij willen zijn.
Das werde ich nicht tun: Dat zal/ga ik niet doen (toekomst).
Das soll ich nicht tun: iemand zegt dat ik dit niet mag/moet doen.
Alternatieve: An deiner Stelle würde ich das nicht tun.
Dieser Laden hat heute wieder geöffnet.
Viele (winkels) ........ standen längere Zeit leer.

der/dieser Laden (onderwerp)
Woorden met de uitgang -en zijn overwegend mannelijk: der Garten, der Hafen, der Westen, der Regen. In het meervoud meestal met umlaut: die Läden, Gärten, Häfen, ... .
Die Haie schwimmen unruhig (in het) ........ großen Seeaquarium herum.

De haaien zwemmen rondjes in het aquarium.
Controlevraag: waar zwemmen zij?: 3e naamval omdat er geen verandering plaatsvindt.
Vergelijk: Die Haie schwimmen in die (4e naamval) unterirdische Grotte hinein. De haaien zwemmen de grot in.
Die Bewohner erheben Einspruch gegen die neuen Regeln.
Einspruch erheben: ........ .
der Einspruch: mannelijk (oude stamvorm van sprechen)
Der Anwalt (advocaat) sagte zum Richter: "Einspruch, Euer Ehren."
aanspraak maken op: Anspruch erheben auf
inspraak eisen: Mitspracherecht fordern