(Grapje uit de 'studentenbeweging '68', zogenaamde Sponti-Sprüche.)
Wir sind die Kinder, vor ........ unsere Eltern uns immer gewarnt haben.
warnen vor: vaste combinatie met de 3e naamval (zie voorzetsels 3/4)
Uitzondering: het is een van de weinige abstracte/mentale werkwoorden met de 3e naamval, zoals ook zweifeln an (dem Nikolaus) en leiden an (einer Krankheit), leiden unter (der Diktatur)
denen: betrekkelijk voornaamwoord, 3e naamval meervoud, slaat terug op die Kinder
deren: wier, 2e naamval meervoud en 2e naamval vrouwelijk
Die Kinder, deren Eltern eingeladen sind.
Die Frau, deren Mann gestern hier war.
Der Raubvogel flog vom Wald her über ........ Wiese und landete auf ........ Arm des Falkners.

Fliegen über = over (er overheen): 4e naamval.
Über die Wiese hinweg fliegen: 4e naamval. Van de ene naar de andere kant vliegen.
I.t.t.: Er fliegt/zirkelt über (boven) dem Wald.
Landen auf/in is een combinatie werkwoord en voorzetsel met de vaste 3e naamval: der Arm - auf dem Arm landen.
De testvraag bij landen auf luidt: waar?, dus 3e naamval.
Evenzo: der Vogel erscheint am Horizont. Waar verschijnt hij?
Sie (bad) ........ in der kleinen Kapelle.

bidden: beten - betete - gebetet (zwak werkwoord)
verzoeken: bitten - bat - gebeten
Sie bittet/bat (lange -a-) um Verzeihung; bittete is dus een foute vervoeging
bieden: bieten - bot (lange -o-) - geboten
Sie bietet bei der Versteigerung (veiling).
Hij is een beetje zielig.
Ik heb met hem te doen: ........ .
Ich habe mit ihm zu tun: Ik heb met hem (bijvoorbeeld zakelijk) te maken.
Ich habe mit ihn zu tun: Deze zin is niet correct omdat na mit een 3e naamval komt.
Het gebruik van doen-tun en maken-machen is deels verschillend tussen Nederlands en Duits. Zie eventueel uitlegpagina's 'spreektaal standaardzinnen'.
Hij is zielig: er ist zu bedauern, bedauerswert / zu bemitleiden, bemitleidenswert.
Hij doet zielig: Er ist wehleidig.