Ich wohne seit vier Wochen bei ........ Tante.
bei: voorzetsel met de 3e naamval
1e en 4e naamval: die/meine Tante (vrouwelijk persoon)
3e naamval: bei meiner Tante
bei meinem Onkel (oom)
De uitgang -m bij die/mein/kein (en bijvoeglijk naamwoorden) komt bij vrouwelijke woorden niet voor.
Alle (kamers) ........ im Hotel sind noch frei.
![]()
das Zimmer - die Zimmer
Onzijdige en mannelijke woorden met de uitgang -er veranderen niet in het meervoud (behalve 3e naamval + -n).
Wat betekent de uitdrukking 'Ich mache heute blau' ?
De 'Blaufärber' (beroep: stoffen met een natuurproduct blauw verven) hadden een vrije dag als de verf moest intrekken.
blau machen: die Schule / die Arbeit schwänzen (spijbelen)
In het Nederlands kennen we de uitdrukking 'een blauwe maandag' met de tegenwoordige betekenis korte tijdsduur.
op de bonnefooi: auf gut Glück / ins Blaue hinein
gekkigheid uithalen: Quatsch machen, herumalbern (melig doen / flauwekullen)
Ein zu hoher C02 Anteil im Klassenzimmer hat negative Auswirkungen auf unsere (prestatie) ........ .

die Leistung, etwas leisten: prestatie, iets presteren
die Präsentation: presentatie / voordracht
die Ausbildung: opleiding
die Forderung: eis / claim