Wir danken ........ recht herzlich für Ihre Gastfreundschaft.
Het werkwoord danken combineert met de 3e naamval:
ich danke dir - ich danke Ihnen - er dankt mir.
Enkele werkwoorden hebben in het Duits de vaste 3e naamval. De meest gebruikte: begegnen, danken, gehören, gratulieren, folgen, helfen.
In dem kleinen Haus wohnt ........ alter Mann.
Der/ein Mann is onderwerp in deze zin, dus 1e naamval: ein Mann (wohnt in dem Haus).
einen: 4e naamval
einem: 3e naamval
einer:
1 niet twee maar een: nicht zwei sondern einer
2 vrouwelijke verbuiging (2e en 3e naamval)
foto: Gerhard Josef Eichmann wikicommens
Ich möchte mal wieder shoppen gehen. Ich brauche neue Klamotten.
die Klamotten: ........
die Klamotten: spreektaal voor kleding (outfit)
spullen: die Sachen, das Zeug, die Dinge
Poëtisch voor 'mijn spullen': meine Siebensachen, meine Habseligkeiten.
Negatief: der Kram, der Krempel (meuk).
voorraad: der Vorrat - die Vorräte
Gezegde voor 'meer schijn dan zijn' (van boven bont, van onderen stront):
Oben Hui und unten Pfui!
De uitspraak van de Duitse -ui- is ........ .
De klank van de Duitse -u-: oe.
De uitspraak van -ui- in een Duits woord: oei.
Deze klank komt in het Duits alleen voor in Pfui en de uitroep uiuiui: ojé! en het kinderboek 'Hui Buh'.
De stadsnaam Duisburg en de naam van het eiland Juist worden met de Duitse -ü- uitgesproken.
De Nederlandse klank -ui- bestaat niet in het Duits.
De Nederlandse klank -ij- lijkt op de Duitse -ei-, al spreken Duitsers het eerder uit als -ai-.
De Nederlandse eu: -ö- als in Möbel.