Sie ........ abgenommen und wiegt jetzt 5 kg ........ .

Ze is afgevallen: sie hat abgenommen; abnehmen wordt dus met haben verbonden
wenig - weniger (minder) - am wenigsten (het minst).
Minder is in het Duits verouderd en komt alleen in formeel taalgebruik nog wel eens voor. Wel in combinaties als in minderjährig, minderwertig, die Minderung (getalsmatige verlaging).
........ Auftrag kam gestern mit der Mail.
Hast du ........ Auftrag schon gemacht?
du: onderwerp
der Auftrag = mannelijk woord: bestaat uit de stam van een werkwoord, in zin 2 lijdend voorwerp, dus 4e naamval den/einen Auftrag machen
schon: al
Wir haben alles Mögliche (geprobeerd) ........ . Leider sind alle Versuche (gefaald) ........ .
etwas versuchen/(aus)probieren: een poging doen, proberen (probieren ook: testen, eten proeven)
scheitern: mislukken, falen
prüfen en checken: controleren, testen
missfallen: slecht bevallen (tegenvallen) - Seine Haltung hat mir missfallen.
fehlen: ontbreken
proben: repeteren, oefenen
misslingen - misslang - ist misslungen
alles Mögliche: van alles (en nog wat) / alles wat mogelijk is
Welk woord rijmt op Fluss?
De -ss- geeft aan dat de klinker kort wordt uitgesproken:
der Fluss.
Voor een -ß- of een enkele -s- is de klinker langer: der Fuß.
das Mus [lange oe als in koe]: (appel)moes, brij
Het principe is dat Duitse klinkers iets langer worden uitgesproken dan in het Nederlands (der Mut, das Tor, das Gras, der Weg), behalve als er dubbele medeklinkers volgen: ss/ll/mm/nn en ch/ck/st/sch - die Lust, der Gast, das Dach.